Koninklijke Bibliotheek archiveert
deze website als "Digitaal Erfgoed"

De secretaris

Een belangrijke rol in de schepenbank was weggelegd voor de secretaris. Hij vervulde juridische en administratieve taken voor de schepenbank; hij noteerde de akten, hield registers bij, men kon bij hem terecht voor een afschrift van een akte, en dergelijke. Hij wordt ook wel genoemd als schrijver, scriba of preter.

Het was, zo blijkt wel uit de bronnen, een solide baan die lang kon worden aangehouden. Secretarissen waren afkomstig uit notabele families; opvallend is ook dat er nogal eens werd getrouwd tussen families van secretarissen van verschillende schepenbanken.
Hij bleef dus vaak lang aan, maar wordt toch maar zelden in de akten genoemd. Omdat de handschriften in de signaten behoorlijk verschillen is hij daaraan meestal wel te onderscheiden.

Onderstaand is een overzicht van de secretarissen tot ca. 1650, voor zover bekend. Er zijn ook enkele bronnen opgenomen waarin de secretaris expliciet met zijn functie wordt vermeld.


Dirck Petersz

<1543 - 1558

Directe verwijzingen naar zijn functie:
Archief van de kerkfabriek en het kapittel van de Sint Maartenskerk te Zaltbommel, 15e-16e eeuw, inv. 20 (nr. 39).
"Ick Dirck Petersz gezworen scriver der bancke van Zuylichem affgeschreven den negenden Dach octobris anno etc. achtendeveertich bij consent Coenrart van Zwivell ende Jan Ariensz als Scepenen der bancke voirss."
Brieven van en aan het Kwartier van Nijmegen, inv. 805, nr. 542. Een extract uit het signaat van Zuilichem wordt ondertekend door "Dierick Petersz gezworen scriver". De begeleidende brief is gedateerd 5-1-1547.

Uit de 11e rentmeestersrekening over 1558/59 (Gelderse Rekenkamer, toegang 0012, inv. 3203) blijkt dat hij wordt opgevolgd door zijn zoon Jan Dircksz. Wanneer dat precies was is (nog) niet bekend.

In een afrekening van rentmeester Andries Gerritsz staat dat hij tevens secretaris was van de Bank van Heerewaarden.

Bronnen:
Gelderse Rekenkamer, toegang 0012, inv. 3181, 3195 (3de rekening, 1550/51) en 3203.


Jan Dircksz van Nieuwael

1558 tot circa 1563

Uit de 11e rentmeestersrekening over 1558/59 (Gelderse Rekenkamer, toegang 0012, inv. 3203) blijkt dat hij zijn vader Dirck Petersz opvolgt. Wanneer dat precies was is (nog) niet bekend.
In februari 1564 wordt hij door het Hof van Gelre gelast om de signaten te overhandigen. Hij is dan niet meer in functie vanwege zijn blindheid.
Hij weigert dit pertinent, zo meldt de ambtman: "... egeens weges wuijt sijnen handen en will laeten gaen als hij secht al sold hem sijnen hals kosten ...".
Deze weigering heeft helaas succes gehad, want er bestaan geen signaten meer van die periode.
Daarna wordt hij nog vermeld (inv. 1) in een onderschrift bij een akte waarin hij wordt gemachtigd met procuratie:
"Jan Dircksz alde scrijver petyt litteras ad usum Jan Dircsz voersz."
Blijkbaar was hij niet zodanig blind dat hij niet als procureur kon optreden.
Het is nog onbekend of tussen Dirck Petersz en deze Jan nog een andere secretaris in functie was.

Bronnen:
Hof van Gelre, toegang 0124, Brieven aan en van het Kwartier van Nijmegen, Inv. 818, nr. 4976 en 4981.
Gelderse Rekenkamer, toegang 0012, inv. 3203.

N.B. Hij wordt ook genoemd in het archief van de Kelnarij van Putten (Gelders Archief, toegang 0324), als Jan van Nieuwael Dircksz., gerichtsschrijver van Niewaal (inv. 40 A).


Jan Jansz Bolen

≤1563 - ≥1573

Bovenstaande voorbeeld is uit ORA Zuilichem, inv. 1, anno 1564.

Zijn handschrift lijkt wat op dat van Egen, maar is goed te onderscheiden o.b.v. de hoofdletter G.

Directe verwijzingen naar zijn functie:
Hij legt de eed af op 3 mei 1564 voor ambtman Aelbrecht de Ruijter (ORA Zuilichem, inv. 1, f. 19v).
Hij vermeldt zichzelf in ORA Zuilichem, inv. 664, f. 15/15v op 20 juli 1568. Tevens in inv. 668, f. 12v op 20 aug. 1572 en inv. 663, f. 10 op 16 maart 1567.
Hij staat ook op een charter van het archief van de Heerlijkheid IJzendoorn, inv. 205, datum 13 okt. 1566.

N.B. er is een oorkonde bekend gedateerd 27 mei 1572 welke is geschreven in het handschrift van en ondertekend is door Egen de Bije, de latere secretaris, in een jaar dat Jan Bolen secretaris was. Hiervoor is nog geen verklaring gevonden.


Egen Egensz de Bije

≤1577 - 1618

Overleden op 29 september 1618.

Bovenstaande voorbeeld is uit ORA Zuilichem, inv. 670, anno 1588.

Directe verwijzingen naar zijn functie:
ORA Zuilichem, inv. 3, folio 1. Hij legt de eed af (1577).
Archief Bommelse Weeshuizen, nr. 169-4 (1580)
Archief Bommelse Weeshuizen, nr. 161 (1618)

N.B. er is een oorkonde bekend gedateerd 27 mei 1572 welke is geschreven in het handschrift van en ondertekend is door Egen de Bije, de latere secretaris, in een jaar dat Jan Bolen secretaris was. Hiervoor is nog geen verklaring gevonden.

Dat de taak van secretaris niet altijd meeviel, lijkt te spreken uit zijn verzuchting...

Daer sijn sommige menschen soe ondanckbaer, ick segt u plat,
All droech dijse op u schouderen tot Roomen voer die stadt,
Ende daer wat ongemackelick neder seth buijten u weeten,
Soe is allen u voergaenden arbeijt ende dienst vergeten.
(Bron: ORA Zuilichem, inv. 4, beginpagina, anno 1591.)


Dirck Johan Dircksz van den Oever

1618 - 1661

Overleden op .....

Bovenstaande voorbeeld is uit ORA Zuilichem, inv. 674, anno 1636.

Directe verwijzingen naar zijn functie:
....

Tevens secretaris van de Bank van Deil, voor een kortere periode.
Op 2 april 1661 wordt hij opgevolgd door Joan de Cocq, richter in de Bommelerwaard, als provisionele secretaris.


Later

De latere schepenen en secretarissen worden uitvoerig beschreven in het boek:
"De Hoge Bank van Zuilichem 1650-1811, Een genealogische en heraldische benadering"
Door: W.H. Dingemans.
Uitgave: 2001.