De Hoge Bank van Zuilichem | 1461 - 1525

Overzicht van 136 actes. (Veel teksten moeten en zullen nog nagezien worden.)

1461.
1461 ?. Voor Clais Spierinc Janssoen en Arnt Gerritssoen schepenen in credo Zuijlichem. Verkoop Gerit van Lair? aen Hr. Arnt van Herlaer enig land onder Zuilichem.
Dat jaartal 1461 is in gekrast.
'credo' gebruikt Spaen zo nu en dan als 'ik geloof'.
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Van Randwijck en Huis Rossum)
18-01-1461. dat Heynric van Hollant Claissoin verkocht heeft aan heer Arnt van Herler, ridder, een huis en hofstad in Nieuwaal, waarna Arnt dit in erfcijns teruggaf aan Heynric voor 2 rijnsgulden.
regest nr. 203
Transfix.
Aanhangend: 29-03-1476
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 211
11-08-1461. schepenen Aernt Geritss ende Andries Veldriellss[?]
bovenschrift: Kerckwijck
marge: 1461

Transfixa supra predicta

Wij Aernt Geritss. ende Andries Veldriellss? scepen in Zulichem tugen dat voir ons
komen is Aelbert Jansse ende heefft vercofft ende opgedragen voir hondert pont gever penningen die
hij giedt dat hem betailt sijn die brieve daer desen tegenwoirdigen brieff doer gesteken is,
ende alle 't gehaut der brieve als daer inne gescreven steet, Claes die Groit tot behoeff der
taeffelen des Heiligen Geests van Zautbomell erffelicken te besitten. Ende Aelbert voirss.
verteech op die brieve ende 't gehaut der brieve voirss. ende geloeffde dair op doen te ver-
tijen alle die gene die mit recht dair op vertijen sullen. Ende geloeffde oick te waren van
sijnre wegen die brieve ende 't gehaut der brieve voirss. jaer ende dach als recht is voir
alle die gene die ten recht komen willen. Ende van sijnre wegen alle voirplicht aff te doen
vanden selven. In oirkonde onser litteren. Gegeven inden jair ons Heren dusent CCCC
een ende tsestich des dynxdages na Sente Lauwerens dach.
des dynxdages na Sente Lauwerens dach (10 Aug) = 11 Aug
scan 124-3
Transfix.
Hangt aan: 12-06-1450
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.077v)
16-09-1461. Boudewijn van Welderen en Arnt Geritssoen, schepenen in Zulichem, oorkonden, dat Arnt die Kock van
Delwijnen en Arnt die Kock, zijn zoon, de erftijnsbrief d.d. 17 april 1446 (reg. nr. 16) hebben verkocht
aan Gijsbert Morinck ten behoeve van de vicaris van het altaar van Onze Lieve Vrouwe in de kerk van
Kirckwyck.
(op sente Lambertsavont bisscops).
Afschrift (16de eeuw) in inv. nr. 1171, gewaarmerkt door de notaris Alberti.
Het origineel is gestoken geweest door het origineel van de akte d.d. 1446 april 17 (reg. nr. 16).
Nationaal Archief, Den Haag; archiefinventaris nr: 2.21.115
Inventaris van het archief van het geslacht Mackay van Ophemert en aanverwante geslachten, 1370-1968 (1994)
regest nr. 19
Transfix.
Hangt aan: 17-04-1446
Bron: Overigen, inv. 1171
06-10-1461. schepenen Boudewijn van Welderen en Aernt Geritss.
bovenschrift: Bruechem
marge: 1461

Transfixa Supra predicta

Wij Boudewijn van Welderen ende Aernt Geritss. scepen in Zulichem tugen dat voir ons ko-
men is Martijn Heesels soen ende heefft vercofft ende opgedragen voir hondert pont gever penningen
die hij giede dat hem betaelt sijn die brieve dair desen tegenwoirdigen brieff doirgesteken is
ende alle 't gehaut der brieve als daer inne gescreven steet Arnt vander Maeze tot behoiff der
tafelen des Heyligen Geests van Zautbommell erffelicken te besitten. Ende Martijn voirss. ver-
teech op die brieve ende 't gehaut der brieve voirss. ende geloiffde dair op doen te vertijen alle die
gene die mit recht dair op vertijen sullen. Ende geloiffde oick te waren van sijnre wegen Aernt
voirss. tot behoiff der tafelen des Heiligen Geests. voirss. die brieve ende 't gehaut der brieve voirss.
jaer ende dach als recht is voir alle die gene die des ten recht konnen willen. Ende van sijnre
wegen alle voirplicht aff te doen vanden selven. In orkonde onser litteren. Gegeven int jair ons
Heren dusent vierhondert een ende tsestich des dynxdages na Sunte Remeys dach bisscops.
des dynxdages na Sunte Remeys dach bisscops (1-Okt) = 6-Okt.
scan 141-3
Transfix.
Hangt aan: 16-06-1458
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.087)
28-01-1462. dat Johan die Keiser, zoon van Johan Groeten, verkocht heeft aan Arnt Geritzsen ten behoeve van heer Arnt van Herlar, ridder, 3 morgen in Die Drie Hoeven in Zuilichem.
regest nr. 207
Transfix.
Aanhangend: 28-01-1462
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 260
28-01-1462. dat dochters van Johan Groeten afstand gedaan hebben ten behoeve van heer Arnt van Herlar, ridder, van 3 morgen in Die Drie Hoeven in Zuilichem.
regest nr. 208
Transfix.
Hangt aan: 28-01-1462
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 260
27-11-1462. dat Hubert Claissoin verkocht heeft aan heer Arnt van Herlar, ridder, 3 morgen in Zuilichem in Den Vliker, waarna Arnt dit in erfcijns teruggaf aan Hubert voor 3 rijnsgulden.
regest nr. 216
Transfix.
Aanhangend: 29-03-1476
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 210
27-03-1463. Adriaen Dirxs belooft jaarlijks te betalen op St. Remeijsdach drie gauwe Merkensche Rijnsche gulden, uit een huis en hofstad met toebehoren, gelegen onder het gericht van Aelst naast Hillen van Aelst, aan Geertruijt Seger Goeswijnszen. Ten overstaan van Staes van Broichusen en Staes van Hemert, schepenen in Zuijlichem, 1463 maart 27 (heiligen sonnedach als men singt in die heyligher kercken Judica). 1 charter
N.B. Op perkament, met de uithangende zegels in groen was der schepenen.
Bron: Oud-archief gemeente en heerlijkheid Neder-Hemert 1, inv. 181
23-06-1463. dat een van hen, Arnt van Herlar van Zuylichem, verkocht heeft aan joffer Lijssbeth, weduwe van zijn vader Arnt van Herlar, de aan deze akte bevestigde akte.
Wij Arnt van Herlar van Zuijlichem ende Baudewijn van Welderen scepen in Zuijlichem tugen dat ic Arnt van Herlar
vursz vercofft ende opgedragen hebbe voir hondert pont gever penningen .... den brieff dair desen tegenwoirdigen brieff doersteken is ...
joffer Lijsbeth wittige wijff was Arntz van Herlar mijns vaders erffelicke te besitten ....
.... 1463 op sente Johans avont baptist te midsomer
regest nr. 219
Transfix.
Hangt aan: 02-10-1460
Aanhangend: 01-01-1464
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 157
23-06-1463. dat Jan van Hemert verkocht heeft aan heer Aernt van Herler, ridder, 3 morgen land in Zuilichem opten Ham, waarna Aernt deze in erfcijns teruggaf aan Jan voor 8 filippusschild.
regest nr. 150
Transfix.
Aanhangend: 29-03-1476
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 160
01-01-1464. dat Hubert Claissoen heeft verkocht aan Johan Ottenssoen ten behoeve van heer Arnt van Herlar een huis en hofstad met toebehoren over de Meydijck in Zuilichem.
regest nr. 222
Transfix.
Hangt aan: 23-06-1463
Aanhangend: 29-03-1476
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 157
12-06-1464. schepenen Boudewijn van Welderen en Gerit van Lair?
bovenschrift: Bruechem
marge: pasch ... XXXVI ..., 1464

Wij Boudewijn van Welderen ende Gerit van Lair? scepen in Zulichem tugen dat voir ons
comen sijn Willem van Berchem als dagelix Here van Bruechem ende Collatoer der kercken van
Bruechum ende Rutger Aelbertss. als kerckmeyster van Bruechem ende hebben vercofft ende opgedragen
voir twijntich pont gever penningen die sij gieden dat hem tot behoiff der kercken voirss. betaelt
sijn sess ende dertich schillinge enen gueden halven vleemschen groeten genge ende geve voir elcke
schillinck erffelix thijns alle jair ewelicken te heffen ende te boeren op den heiligen Paischdach
uyt een hoffstat gelegen inden gericht van Bruechem tusschen Evert Spierinxss. ende den
gemeyn stege Here Ghijsbert Loy priester tot behoiff der tafelen des Heiligen Gheests van
Zaltboemell erffelicke te besitten. Ende Willem ende Rutger voirss. van wegen die kercken
voirss. vertegen op den thijns voirss. ende geloeffden dair op doen te vertijen alle die gene
die mit recht daer op vertijen sullen. Ende geloeffden oick te waren Here Ghijsbert tot behoeff
des Heiligen Geests voirss. den thijns voirss. jairlix te boeren uyt den guede voirss. tegen
alle die gene die ten recht komen willen. Ende alle voirplicht aff te doen vanden selven. In
orkonde onser litteren. Gegeven inden jaer ons Heren dusent vierhondert vier ende tst tsestich
des dynxdages nae sunte Bonifacius dach marteler.
des dynxdages nae sunte Bonifacius dach m[artele]r (5 juni) = 12 juni
scan 138-3
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.085v)
12-06-1464. schepenen Boudewijn van Welderen en Gerit van Loir
bovenschrift: Bruechem
marge: int Leecken, V 1/2 hont

Wij Boudewijn van Welderen ende Gerit van Loir scepen in Zuylichem tugen dat voor
ons komen is Ghijsbert Borchartzss. ende heeft vercofft ende opgedragen voir vijfftich pont
gever penningen die hij giede dat hem betailt sijn sestehalff hont lantz gelegen inden gericht
van Bruechem int Leecken tusschen lant der papelicke provent van Bruechem ende lant
des Gasthuijs van Zaltboemell here Ghijsbert Loij tot behoeff der tafelen des Heiligen
Geestz van Zautbomell in enen eijgendom erffelicken te besitten. Ende Ghijsbert voirss. verteech
op dit lant voirss. ende geloiffde dair op doen te vertijen alle die gene die mit recht dair
op vertijen sullen. Ende geloiffde oick te waren here Ghijsbert voirss. tot behoeff des Hei-
ligen Geests voirss. dit lant voirss. jair ende dach als recht is voir alle die gene die
ten recht komen willen. Ende alle voirplicht aff te doen vanden selven. Voirt heefft op dit
lant voirss. vertegen Johan Deric Heijnrixss. als momber sijnre huijsfrouwen tot behoiff des
Heiligen Geests voirss. Ende hij geloeffden oick van sijnre wegen alle voirplicht aff te doen
vanden selven. Ende totten voirss. landt en hoert thijns noch dijck uijtgenomen den gemeijnen
dijckdie daer mit recht toebehoirt. In orkonde onser litteren. Gegeven inden jair onss Heeren
dusent vierhondert vier ende tsestich des dynxdaighs na Sente Bonefacy dach martelair.
des dynxdaighs na Sente Bonefacy dach martelair. (5 juni) = 12 juni
scan 155-1
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.094)
26-07-1465. schepenen Andriaen van Balveren en Saelmen Geretsz.
bovenschrift: Delwijnen
marge: 1465, Margr. 5 gouden rijns gulden
marge: Everardus van Balveren Jan Haickensoen

Wij Andriaen van Balveren ende Saelmen Geritsz. scepen in Zuylichem tugen dat ick An-
driaen voirss. geloefft hebbe Evert Haick Janssoen vijff gouwen overlensche Rijnsche gulden
genge ende geve off ander goet payment dair voir in gelijcker werden, erffelix thijns alle jair
ewelicken op Sunte Margreeten dach joffer te betalen ende te boren uyt elff mergen lants ge-
legen inden gerichte van Delwijnen, boven naestlant gelegen joffer Korstijn wittige wijff was
Aernts die Kock, ende Danyell die Kock ende die gemeijn straet westwairt aen die noirt sijde
naist lant gelegen Ghijsbert Engbertss. ende zuytwairt den Hoickamp. Welck thijns voirss.
weert saick dat die alle jair ewelicken opten voirss. dach der betalinge nyet betailt en wes
dan soe sal dair alle dage dair naestcomende ten peen van enengueden auden cu?erken
genge endegeve opten voirss. thijns wassen ende gaen. Welck peen te gader mit den thijns
voirss. Evert Haick voirss. uyt den lande voirss. verhalen mach ende sall wanneer hij's niet
langer beyden en wille. Ende ick Andriaen voirss. hebbe geloifft Evert Haick voirss. den
thijns voirss. ewelicken te waeren voir alle die gene die's ten recht komen willen uyt
den lande voirss. In oirkonde onser litteren. Gegeven inden jaire ons Heeren dusent
vierhondert vijff ende tsestich des anderen dages nae Sunte Jacops dach apostels.
des anderen dages nae Sunte Jacops dach apostels (25 juli) = 26 juli
scan 128-1
Transfix.
Aanhangend: 16-08-1470
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.079v)
08-04-1466. schepenen Adriaen van Balveren en Saelmen Geritss.
bovenschrift: Delwijnen
marge: 1466, Margareten, ... gouden ..us. gulden

Wij Adriaen van Balveren ende Saelmen Geritss. scepen in Zuylichem tugen dat ick Adriaen
voirss. geloifft hebbe Evert Haick Janssen enen gouwen overlenssche rijnsche gulden genge ende
geve off ander goet payment dair voir in gelijcker werden erffelix thijns alle jair ewelicker
op Sunte Margrieten dach Joffer te betalen ende te boeren uyt elff mergen lants gelegen inden
gericht van Delwijnen, boven naist lant gelegen Joffer Korstijn wittige wijff was Arndt die Kock
ende Danyell die Kock ende die gemeijn straet westwaert, aen die noirtsijde naist lant gelegen
Ghijsbert Egbertsz. ende den Hoickamp zuydwairt. Welck thijns voirss. weert saick dat die
alle jair ewelicken opten voirss. dach der betalingen myet betailt en wes dan soe sall dair alle
weken dair naistvolgende een peen van enen goeden auden re?yken genge ende geve opten voirss.
thijns wassen ende gaen. Welk peen te gader mit den voirss. thijns Evert Haick voirss. uyt den
lande voirss. verhalen sall ende mach wanneer hij's byeet langer beijden en wille. Ende ick Adriaen
voirss. hebbe geloifft Evert Haick voirss. den thijns voirss. ewelicken te waren voir allen die
gene die's ten recht komen willen uyt den lande voirss. In oirkonde onser litteren. Gegeven
inden jair ons Heren dusent vierhondert sess ende tsestich des dynxdages na den Heiligen
Paisch dach.
des dynxdages na den Heiligen Paisch dach (6 April) = 8 April
scan 129-2
Transfix.
Aanhangend: 16-08-1470
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.080)
22-11-1466. schepenen Andriaen van Balveren en Boudewijn van Welderen
bovenschrift: Delwijnen
marge: 1466
marge: ... ndree ... gouden ...ns gulden

Wij Andriaen van Balveren ende Boudewijn van Welderen, scepen in Zulichem tugen dat ick An-
driaen geloifft hebbe Here Ghijsbert Loy priester tot behoeff der tafelen des Heyligen Geests van
Zautbomell vier gouwen overlensche Rijnsche gulden genge ende geve off ander guet payment
daer voer in gelijcker werden erffelix thijns alle jare ewelicken op Sunte Andries dach a-
postels te betalen ende te boeren uyt vijfften halve mergen lants gelegen inden gerecht van Del-
wijnen geheven die eerst Aernt die Kock van Delwijnen aen d'een sijde naest lant gelegen ende
ick Andriaen voirss. aen d'andere sijde. Item noch uyt soeven hont lants gelegen inde gerecht voirss.
geheeten dat Risment, ick Andriaen voirss. aen beyden sijden naist lant gelegen. Welck thijns
voirss. weert saick dat die alle jaer ewelick opten voirss. dach der betalinge niet betaelt en
wes dan soe sal dair alle dage daer naist volgende een peen van enen gouden auden cleyken opten
voirss. thijns wassen ende gaen, welck peen te gader mit den thijns voirss. die Heylige Geestmeys-
ters inder tijt des Heyligen Geests voirss. uyten lande voirss. verhalen sullen ende mogen wanneer
sij's niet langer beyden en willen. Ende ick Andriaen voirss. hebbe geloifft here Ghijsbert tot behoiff
des Heyligen Geests voirss. den thijns voirss. ewelicke te waren voir alle die gene die ten recht comen
willen uyten lande voirss. In oirkonde onser litteren. Gegeven inden jair ons Heren dusent vier-
hondert ses ende tsestich op Sunte Cecilien dach.
Sunte Cecilien dach = 22 Nov.
scan 131-1
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.081)
28-03-1467. dat de gezworen bode van de heer van Gelre in Bommelrewaard namens heer Arnt van Herlair een achterstallige cijns van 8 rijnsgulden min 1 oord, te betalen door Gerit Holl, opwint, waarbij de goederen van Gerit in Gameren toevallen aan Johan Janssoin.
regest nr. 241
Transfix.
Aanhangend: 30-03-1467
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 261
30-03-1467. dat Jan Janssoin verkocht heeft aan heer Arnt van Herlar, ridder, de akte waaraan deze akte bevestigd is.
regest nr. 242
Transfix.
Hangt aan: 28-03-1467
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 261
26-05-1467. schepenen Goeswijn van den Oever en Boudewijn van Welderen
bovenschrift: Bruechem
marge: op die Boningen, V hont, 1467

Wij Goeswijn van den Oever ende Boudewijn van Welderen scepen in Zulichem tugen dat
voir ons komen is Maes Wilhemss. ende heefft vercofft ende opgedragen voir vijfftich
pont gever penningen die hij giede dat hem betailt sijn vijff hont lants gelegen inden
gericht van Bruechem op die kerckwijcxsche boningen Ghijsbert Egbertsz. aen d'eene sijde
naestlant gelegen ende Peter Wilhemsz. aen d'ander sijde, Arnt vander Maze tot behoeff
der tafelen des Heiligen Geests van Zautboemell in eenen eijgendom sonder thijns ende
sonder th dijck uytgenomen met gemeijnen dijck die daer met recht toe hoert
erffelicke te besitten. Ende Maes voirss. verteech op dit lant voirss. ende geloiffde dair op
doen te vertijen alle die gene die mit recht dair op vertijen sullen. Ende geloiffde oick
te waren Arnt vander Maze tot behoiff des Heijligen Geestz. voirss. dit lant voirss.
jaer ende dach als recht is voir alle die gene die ten recht komen willen ende alle
voirplicht aff te doen vanden selven. In orkonde onser litteren. Gegeven int jair ons Heren
dusent vierhondert soeven ende tsestich des dynxdaighs na Sunte Urbanus dach.
des dynxdaighs na Sunte Urbanus dach (25 mei) = 26 mei
scan 155-3
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.094)
02-06-1467. dat Ghiisbert van Kreytenborch verkocht heeft aan Gherit van Kreytenborch 2 morgen land in Hellouw.
regest nr. 245.
Merk op dat aan deze akte twee transfixen hangen die gepasseerd zijn voor de bank van Tuil. Het betreft regest nr. 294 van 28-12-1469 en regest nr. 359 van 29-03-1476. Zie voor de tekst van deze transfixen de website van de bank van Tuil: http://www.bankvantuil.nl/
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 222
26-07-1467. schepenen Goeswijn vanden Oever en Reymbaut Baers
bovenschrift: Bruechem
marge: 1467, Nycholaasdag, 1 1/2 gouwen rijns gulden

Wij Goeswijn vanden Oever ende Reymbaut Baers scepen in Zulichem tugen dat Johan Goeswijns soen
heefft geloefft Here Ghijsbert Loy priester tot behoiff der tafelen des Heiligen Geests van Zautbomell
anderhalven gouwen overlenssche rijnssche gulden genge ende geve off ander goet payment daer voir
in gelijcker werden erffelix thijns alle jair ewelicken op Sunte Nycolaus dach bisscops te betalen
ende te boeren uyt enen mergen lants gelegen inden gericht van Bruechem geheiten die Hoighschoeten
boven naestlantgelegen erffgenamen Goessens vanden Hoeve ende beneden Willem van Berchem. Welck
thijns voirss. weert saick dat die alle jair ewelicken op den voirss. dach der betalinge niet betailt
en were dan soe sall dair alle weken dair naistvolgende een pene van enen aude vleemsche cleyken
genge ende geve opten voirss. thijns wassen ende ga?en. Welcke peen te gader metten thijns voirss. die Heij-
lige Geestmeisters van Zautbomell inder tijt tot behoiff der tafelen des Heiligen Geests voirss. verha-
len sullen ende mogen wanneer sij's niet langer beijden en willen. Ende Johan voirss. heefft geloefft Here
Ghijsbert tot behoiff der tafelen des Heiligen Geests voirss. den thijns voirss. ewelicke te waren
voir alle die gene die ten recht komen willen uyten lande voirss. In orkonde onser litteren. Gegeven
inden jair ons Heren dusent vierhondert soeven ende tsestich des anderen dages nae Sunte Jacops
dach apostels.
des anderen dages nae Sunte Jacops dach apostels (25 Juli) = 26 Juli
scan 140-2
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.086v)
18-08-1467. schepenen Johan die Kock van Delwijnen en Boudewijn van Welderen
bovenschrift: Delwijnen
marge: 1467

Transfixa Supra predicta

Wij Johan die Kock van Delwijnen ende Boudewijn van Welderen scepen in Zuylichem tugen
dat voir ons komen is Herberen Janss. ende heefft vercofft ende opgedragen voir hondert pont
gever penningen die hij giede dat hem betailt sijn die brieve daer desen tegenwoirdigen brieff
doirsteken is ende alle 't gehaut der brieve als daer inne gescreven steet Here Ghijsbert Loy
priester tot behoiff der tafelen des Heyligen Geests van Zautbomell erffelicke te besitten.
Ende Herberen voirss. verteech op die brieve ende 't gehaut der brieve voirss. ende geloeffde
dair op doen te vertijen alle die gene die mit recht dair op vertijen sullen. Ende geloiffde
oick te waren here Ghijsbert voirss. tot behoiff des Heiligen Geests voirss. die brieve ende
't gehaut der brieve voirss. jair ende dach als recht is, voir allen die gene die ten recht comen
willen. Ende alle voirplicht aff te doen vanden selven. In oirkonde onser litteren. Gegeven int
jaer ons Heren dusent vierhondert soeven ende tsestich des dynxdages nae onser Liever Vrouwe
dach Assumption.
onser Liever Vrouwe dach Assumption (15 aug) = 18 Aug.
scan 133-2
Transfix.
Hangt aan: 01-01-1416
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.082)
06-12-1467. schepenen Goeswijn vanden Oever en Reymbout Baers
bovenschrift: Bruechem

marge: in ijen kempken V 1/2 hont, 1467

Wij Goeswijn vanden Oever ende Reijmbout Baers scepen in Zulichem tugen dat voir ons
comen is Evert Spieringh ende heefft vercofft ende opgedragen voir hondert pont gever
penningen die hij giede dat hem betailt sijn sesstehalff hont lants gelegen inden ge-
richt van Bruechem geheiten IJen Kempken lant der tafelen des Heijligen Geests van
Zautbomell aen d'een sijde naistlantgelegen ende Gerit Here Janss. aen d'ander sijde, Here
Ghijsbert Loy priester tot behoiff der tafelen des Heiligen Geests van Zautboemell
voirss. in enen eijgendom sonder thijns mit den gemeijnen dijck die daer mit recht
toehoirt erffelicken te besitten. Ende Evert voirss. verteech op dit lant voirss. ende ge-
loeffde dair op doen te vertijen alle die gene die mit recht dair op vertijen sullen.
Ende geloeffde oick te waren here Ghijsbert tot behoeff der tafelen des Heiligen Geests
voirss. dit lant voirss. jair ende dach als recht is voir alle die gene die ten recht komen
willen. Ende alle voirplicht aff te doen vanden selven. In orkonde onser litteren. Gegeven int
jair ons Heren dusent vierhondert soeven ende tsestich op Sunte Nycolaus dach bisscop.
op Sunte Nycolaus dach bisscop = 6-Dec
scan 165-3
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.098b)
30-01-1468. dat joffer Dirck, weduwe van Johan Borchgreven, verkocht heeft aan Johan die Clerck ten behoeve van heer Arnt van Herlaer de helft van 4 morgen land in Nieuwaal in Den Broechoevel met de helft van 20 voet dijk.
regest nr. 255
Transfix.
Hangt aan: 08-10-1453
Aanhangend: 30-01-1468
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 253
30-01-1468. 1468-01-30. Schepenen van Zuilichem oorkonden dat Agnees, dochter van Johan Borchgreven, verkocht heeft aan Johan die Clerck ten behoeve van heer Arnt van Herlar, ridder, de akte waaraan deze akte bevestigd is, waarna joffer Deric, echtgenote van Johan Borchgreven, afstand ervan gedaan heeft.
regest nr. 256
Transfix.
Hangt aan: 30-01-1468
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 253
11-04-1468. dat Arnt van Hemert uitgegeven heeft aan Marselis Jacopssoen 1 morgen land in Zuilichem opten Ham voor een erfcijns van 4 en een kwart filippusschild en 1 kapoen.
regest nr. 259
Transfix.
Aanhangend: 13-11-1470
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 209
14-05-1468. dat Clais Helmichsoin beloofd heeft aan Arnt van Hemert een erfcijns van 4 1/2 filippusschild uit 1 morgen land in Zuilichem opten Ham.
regest nr. 260
Transfix.
Aanhangend: 13-11-1470
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 206
15-05-1468. schepenen Goeswijn van den Oever en Reymbaut Baers
bovenschrift: Bruechem
marge: het dordendeel van VII 1/2 mergen ende XI hont, 1468

Wij Goeswijn van den Oever ende Reymbaut Baers scepen in Zulichem tugen dat voir ons
komen is Johan die Bauman die Smyt ende heefft vercofft ende opgedragen voir hondert pont
gever penningen die hij giede dat hem betailt sijn dat dordendeell van achten halven mergen
lants gelegen inden gericht van Bruechem geheiten den Gavacker aen die een sijde naest
lantgelegen die armen van Bruechem ende aen die ander sijde Geret van Ruymde. Idem noch
dat dordendeell van elff hont lants gelegen inden gericht voirss. inden koekamp lant des
Heiligen Geests van Zautboemell aen d'een sijde naist lantgelegen ende lant der kercken van Gamberen
aen d'ander sijde Arnt van der Maze in enen eygendom sonder thijns ende sonder dijck uijtgeno-
men met den gemeijnen dijck die dair mit recht toehoirt erffelicke te besitten. Ende Johan voirss.
verteech op dit vercoffte lant voirss. ende geloiffde dair op doen te vertijen alle die gene
die mit recht dair op vertijen sullen. Ende geloiffde oick te wairen Arnt voirss. dit vercoffte
lant voirss. jair ende dach als recht is voir alle die gene die des ten recht komen willen.
Ende alle voirplicht aff te doen vanden selven. In orkonde onser litteren. Gegeven inden jair ons
Heren dusent vierhondert acht ende tsestich op den vijfftienden dach van den maent meyde.
scan 142-2
Transfix.
Aanhangend: 21-03-1486
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.087v)
27-05-1468. Deric Gijsbertsz en Gerit Arntzs, als kerckmeijsters van Aelst, hebben overgegeven aan Johan Hack 13 hondt land te Aelst, tegen betaling van een thijns van 4 gauwe overlenssche Rijnssche gulden, jaarlijks te voldoen op St. Peter. Ten overstaan van Hillijn van Aelst en Reijmbaut Baers, schepenen te Zuylichem, 1468 mei 27 (anderen dag na onss heren Hemelvairtzdach); getransfigeerd aan de akte van 10 maart 1509. 1 charter
N.B. Op perkament, het eerste zegel afgevallen, het tweede zegel in groen was aanwezig.
Transfix.
Aanhangend: 10-03-1509
Bron: Oud-archief gemeente en heerlijkheid Neder-Hemert 1, inv. 195
22-11-1468. schepenen Arnt Geritsse en Saelmon Geritsse
bovenschrift: Kerckwijck
marge: die helfft van XVII hont, 1468

Wij Arnt Geritsse ende Saelmen Geritsse, scepen in Zuylichem, tugen dat voir ons komen is
Evert Evertss ende heeft vercofft ende opgedragen voir hondert pont gever penningen die hij giede
dat hem betailt sijn, die helfft van soeventhien hont lantz gelegen inden gericht van Kerckwijck
lank onss Lieve Vrouwen Autair tot Bruechem aen d'een sijde naist lant gelegen ende lank des
Heiligen Geests van Zautbomell aen d'ander sijde, Ghijsbert Egbertzss. in enen eygendom,sonder
thijns ende sonder dijck uijtgenomen mit den gemeynen dijck die dair mit recht toe hoirt,
erffelicke te besitten. Ende Evert voirss. verteech op dit vercoffte lant voirss. ende geloiffde dair
op doen te vertijen alle die gene die mit recht dair op vertijen sullen. Ende geloeffde oick
te waren Ghijsbert voirss. dit vercoffte lant voirss. jair ende dach als rechtis voir alle die
gene die ten recht komen willen. Ende alle voirplicht aff te doen vanden selven. In orkonde onsser
letteren. Gegeven inden jair ons Heren dusent vierhondert acht ende tsestich des dynxdages
na Sunte Elyzabethen dach.
Sunte Elyzabethen dach (19 nov) was een zaterdag. Dus dinsdag erna is 22 nov. 1468
scan 114-2
Transfix.
Aanhangend: 06-12-1468
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.072v)
06-12-1468. schepenen Arnt van Hemert ende Arnt Ger[i]tss
bovenschrift: Kerckwijck
marge: 1468
Transfixa supra predicta

Wij Arnt van Hemert ende Arnt Geritss. scepen in Zuylichem tugen dat voir ons geco-
men is Ghijsbert Egbertssz. ende heefft vercofft ende opgedragen voir hondert pont gever penningen
die hij giede dan hem betailt sijn den brieff daer desen brieff doirgesteken is, ende alle 't gehaut
des brieffs als daer inne gescreven steet, Here Huyghman Uyten Weerde Rutgerss, canonick
tot Zautbomell in enen eygendom erffelicke te besitten. Ende Ghijsbert Egberss. verteech op den
brieff ende 't gehaut des brieffs voirss. ende geloiffde dair op doen te vertijen alle die gene die
mit recht dair op vertijen sullen. Ende geloiffde oick te waren Here Huyghman voirss. den
brieff ende 't gehaut des brieffs voirss. jair ende dach als recht is voir alle die gene die ten
recht komen willen. Ende alle voirplicht aff te doen vanden selve. In oirkonde onser
litteren gegeven inden jair ons Heren Dusent vierhondert acht ende tsestich op Sinte
Nycolaus dach bisscops.
scan 114-3
Transfix.
Hangt aan: 22-11-1468
Aanhangend: 24-01-1471
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.072v)
31-01-1469. schepenen Gerardt van Lair en Andriaen van den Oever
bovenschrift: Delwijnen
marge: 1469, in die Snoeckwey II mergen

Wij Gerardt van Lair ende Andriaen van den Oever scepen in Zulichem tugen dat voir ons
komen is Andriaen van Balveren ende heefft vercofft ende opgedragen voir hondert pont gever
penningen die hij giede dat hem betailt sijn twee mergen lants soe groet ende cleijn als die
gelegen sijn inden gerecht van Delwijnen geheiten die Snoeckwey Andriaen van Balveren
voirss. aen beyden sijden naistlantgelegen Here Ghijsbert Loy priester tot behoeff der tafelen
des Heyligen Geests van Zautboemell in enen eygendom sonder thijns ende sonder dijck erffelicke
te besitten. Ende Andriaen van Balveren voirss. verteech op dit lant voirss. ende geloeffde dair
op doen te vertijen alle die gene die mit recht dair op vertijen sullen. Ende geloiffde oick te
waren Here Ghijsbert tot behoiff der tafelen des Heyligen Geest voirss. dit lant voirss.
jaer ende dach als recht is voir alle die gene die ten recht komen willen. Ende alle
voirplicht aff te doen vanden selve. Voirt heefft Andriaen van Balveren voirss. geloefft here
Ghijsbert tot behoiff der tafelen des Heiligen Geests voirss. dat dit voirss. lant op der
mynsten scade over sijn lant uytwegen sall buten yemants bekroenen offte wederseggen ten
ewigen dagen. In oirkonde onser litteren. Gegeven inden jair ons Heren dusent vierhondert
negen ende tsestich des dynxdages nae Sunte Pouwels dach conversionis.
des dynxdages nae Sunte Pouwels dach conversionis (25 Jan) = 31 Jan
scan 134-3
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.082v)
14-11-1469. dat Jacop Janssoin beloofd heeft aan heer Arnt van Herlar, ridder, een erfcijns van 2 filippusschild uit een huis en hofstad in Nieuwaal.
regest nr. 292
Transfix.
Aanhangend: 29-03-1476
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 175
18-01-1470. Wilhem Wilhelmszoon bekent schuldig te zijn aan Johan Segherszoon 2 gauwen Rijnssche gulden, uit 2 morgen land gelegen in het gericht van Delwijnen op die Ringmeer. Ten overstaan van Arnt die Kock van Delwijnen en Adriaen van den Oever, schepenen te Zuijlichem, 1470 januari 18 (des anderen daeghs na St. Anthonis). 1 charter
N.B. Op perkament, met de uithangende zegels in groen was der schepenen.
Bron: Oud-archief gemeente en heerlijkheid Neder-Hemert 1, inv. 199
18-05-1470. dat Derick van der Wercken beloofd heeft aan Gijsbert Morinck ten behoeve van heer Arnt van Herlar een erfcijns van 1 rijnsgulden uit een huis en hofstad in Gameren.
.... te boeren uyt een huijss ende een hoffstat mit allen sijnen toebehoren gelegen inden gericht van Gameren tusschen Baudewijn van Welderen ende Gijsbert Maesz ....
... voirt heeft Deric voirsz hijr onder te wairburge geset enen halven margen lantz gelegen inden gericht van Gameren lant der papelicker provent? van Gameren ain deen sijde naist lantgelegen ende Deric vursz ain dander sijde ...
regest nr. 301
Transfix.
Aanhangend: 29-03-1476
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 155
06-06-1470. schepenen Johan van Witselenborch en Jacop Doelvoet
bovenschrift: Bruechem

marge: opten ackeren enen halven mergen, 1470

Wij Johan van Witselenborch ende Jacop Doelvoet scepen in Zulichem tugen dat
voir ons komen is Goirt Heren Johans soen ende heefft vercofft ende opgedragen voir hon-
dert pont gever penningen die hij giede dat hem betailt sijn enen halven mergen lantz
gelegen inden gericht van Bruechem opten ackeren, Peter Moliaert Arnts soen aen d'een
sijde naistlant gelegen ende Willem Heren Johans soen aen d'andere sijde, Heren Ghijsbert Loij
priester tot behoeff der tafelen des Heiligen Geests van Zautbomell in enen eijgen-
dom sonder thijns ende sonder dijck uijtgenomen met den gemeijnen dijck die daer
met recht toe hoert erffelicken te besitten. Ende Goirt voirss. verteech op dit lant voirss.
ende geloeffde dair op doen te vertien alle die gene die mit recht dair op vertien sullen.
Ende geloeffde oick te waren Heren Ghijsbert voirss. tot behoeff der tafelen des Heiligen
Geests voirss. dit lant voirss. jaer ende dach als recht is voir alle die gene die ten
recht komen willen. Ende alle voirplicht aff te doen vanden selven. Voirt heeft Peter
Pangelar vertegen op dit lant voirss. tot behoeff der tafelen des Heiligen Gheests
voirss. erffelicken te besitten. Ende hij geloeffde oick van sijnre wegen alle voirplicht
aff te doen vanden selven. In orkonde onser litteren. Gegeven inden jair ons Heren
dusent vierhondert ende tsoeventich des woensdaighs na Sunte Bonifacius dach.
des woensdaighs na Sunte Bonifacius dach (5 juni) = 6 juni
scan 178-2
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.104v)
24-06-1470. .... bekent schuldig te zijn aan joffer Geertruij, dochter van Seger Goessenszoon, een erfthijns van 2 1/2 Philippus Bourgondische schilt, jaarlijks te betalen op St. Martijn in den winter, uit een huis en hofstad, gelegen in het gericht van Aelst. Ten overstaan van Heijnrick van Doern en Johan van Witzelenborch, schepenen te Zuijlichem, 1470 juni 24 (St. Johansdach Baptist). 1 charter
N.B. Op perkament, met het eerste schepenzegel in groen was, het tweede zegel ontbreekt.
Wij Heijnric van Doern ende Johan van Witzelenborch scepen in Zuijlichem tugen dat Bruijsten .....sz geloifft heeft Joffer
Geertruijt dochter Seger Goessensz dardenhalven gauwen Philippus Bourgonsche schilden genge ende geve of ander guet
paijement dair voir in gelijker weerden erffellix thijns alle jair ewelicken te betalen en te ..... op sente Martijns
dach inden wynter uijt een huijss ende een hoffstat mit allen horen toebehoeren gelegen inden gericht van Aelst tusschen
Jenneken wittige wijff was Gijsbert Derixsz ende Derick Jan Loechartsz welck thijns vursz weert saick dat die alle jair
ewelicken opten vursz dach der betalingen nyet betailt en weer dan soe sall dair alle weken dair naist volgende
een peen van enen auden boddreger genge ende geve opten vursz thijns wassen ende gain welcke .....n te gader mitten
thijns ..... Joffer Geertruijt vursz uijten guede vursz verhalen sall ende mach wanneer sij nyet langer beijden en will
Ende Bruijsten vursz heeft geloifft Joffer Geertruijt vursz den thijns vursz ewelick te waren ... alle die ghene die
ten recht komen willen uijten guede vursz In orkonde onsen litteren gegeven Inden jair ons heren dusent vierhondert
ende tsoeventich op sente Johans dach baptiste 24-7-1470
Heerlijkheid Nederhemert 1, toegang 0417, nr. 201.
Bron: Oud-archief gemeente en heerlijkheid Neder-Hemert 1, inv. 201
16-08-1470. schepenen Matheus van Hoesden en Wilhem van Nyewaell Rutgerss.
bovenschrift: Delwijnen
marge: 1470

Transfixa supra predicta

Wij Matheus van Hoesden ende Wilhem van Nyewaell Rutgerss. scepen in Zuylichem tugen
dat voir ons komen is Gertruyt die wittige wijff was Evert Haicken mit hoeren gecoren momber
ende heeft opgedragen ende puerlicken omme goits wille gegeven den brieff daer desen tegenwoirdigen
brieff doergesteken is ende alle 't gehaut des brieffs als daer inne gescreven steet Here Ghijsbert
Loy priester tot behoeff der tafelen des Heyligen Geests van Zautbomell erffelicke te besitten.
Ende Geertruyt mit hoeren momber voirss. verteech op den brieff ende 't gehaut dess brieffs voirss. ende
geloeffde dair op doen te vertijen alle die gene die mit recht van hoerre wegen dair op ver-
tijen sullen. Ende geloeffde oick te waren van hoerre wegen here Ghijsbert tot behoiff der tafelen
des Heyligen Geests voirss. den brieff ende 't gehaut des brieffs voirss. jair ende dach als recht is
voir alle die gene die ten recht komen willen. Ende van hoerre wegen alle voirplicht aff te doen
vanden selven. In oirkonde onser litteren. Gegeven int jair ons Heren dusent vierhondert ende
tsoeventich des donredages na sunte lauwerens dach martelairs.
des donredages na sunte lauwerens dach martelairs (10 aug.) = 16 aug.
scan 129-1
Transfix.
Hangt aan: 26-07-1465
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.080)
16-08-1470. schepenen Matheus van Hoesden en Wilhem van Nyewaell Rutgerss.
bovenschrift: Delwijnen
marge: 1470

Transfixa Supra predicta

Wij Matheus van Hoesden ende Wilhem van Nyewaell Rutgerss. scepen in Zuylichem tugen
dat voir ons komen is Geertruijt die wittige wijff was Evert Haicken mit hoeren gecoren mom-
ber ende heefft opgedragen ende puerlicken om Goitz will gegeven Here Ghijsbert Loy priester tot
behoiff der tafelen des Heyligen Geestz van Zautbomell den brieff daer desen tegenwoirdigen
brieff doirgesteken is ende alle 't gehaut des brieffs als daer inne gescreven steet erffelicken te
besitten. Ende Geertruyt mit hoeren momber voirss. verteech opten brieff ende 't gehaut des brieffs voirss.
ende geloeffde dair op doen te vertijen alle die gene die mit recht van hoerre wegen dair op
vertijen sullen. Ende geloiffde oick te waren van hoerre wegen here Ghijsbert tot behoiff der
tafelen des Heyligen Geests voirss. den brieff ende 't gehout des brieffs voirss. jair ende dach
als recht is voir alle die gene die ten recht komen willen. Ende van hoerre wegen alle voir-
plicht aff te doen vanden selven. In oirkonde onser litteren. Gegeven inden jair onss Heren
dusent vierhondert ende tsoeventich des donredages nae Sunte Lauwerens dag martelairs.
des donredages nae Sunte Lauwerens dag martelairs (10 Aug.) = 16 Aug.
scan 129-3
Transfix.
Hangt aan: 08-04-1466
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.080)
13-11-1470. dat Aernt van Hemert verkocht heeft aan Jacop Doelvoet ten behoeve van heer Arnt van Herlair, ridder, de akte waaraan deze akte bevestigd is.
regest nr. 312
Transfix.
Hangt aan: 14-05-1468
Aanhangend: 29-03-1476
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 206
13-11-1470. dat Aernt van Hemert verkocht heeft aan Jacop Doelvoet ten behoeve van heer Arnt van Herlar, ridder, de akte waaraan deze akte is bevestigd.
regest nr. 311
Transfix.
Hangt aan: 11-04-1468
Aanhangend: 29-03-1476
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 209
25-11-1470. schepenen Roeloff van Groensbeeck en Roeloff Janss.
bovenschrift: Bruechem
marge: II mergen, 1470

Wij Roeloff van Groensbeeck ende Roeloff Janss. scepen in Zuylichem tugen dat voir ons komen
sijn Jacop Berchman als kerckmeyster Arnt van der Maze als een Heijlige Geestmeyster
ende Jacop Doelvoet als een Gasthuyssmeyster bynnen der stadt van Zautboemell ende hebben
vercofft ende opgedragen voir hondert pont gever penningen die sij gieden dat hem tot behoiff
der kercke, des Heijligen Geests ende des Gasthuys voirss. betailt sijn twee margen lants gelegen
inden gerecht van Bruechem tusschen Roeloff Raet ende Wouter Jansse streckende mit den
enen eijnde zuydwairt op die gemeyn straet ende mit den anderen eynde op lant des Gasthuijss
voirss. Johan die Meijer Janss. in enen eygendom sonder thijns mit dijck die daer mit
recht toehoirt erffelicke te besitten. Ende die voirss. kerckmeijster, Heijlige Geestmeijster, ende
Gasthuijs meijster van wegen der kercken, des Heijligen Geests ende Gasthuijs voirss. vertegen
op dit lant voirss. ende geloiffden dair op doen te vertijen alle die gene die mit recht
dair op vertijen sullen. Ende geloiffden oick te waren Johan die Meijer voirss. dit lant voirss.
jair ende dach als recht is voir alle die gene die ten recht komen willen. Ende alle voirplicht
aff te doen vanden selven. In orkonde onser litteren. Gegeven inden jair onss Heren dusent
vierhondert ende tsoeventich op Sente Katherijnen avont virginis.
Sente Katherijnen avont virginis = 25-Nov.
scan 144-1
Transfix.
Aanhangend: 01-01-1477
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.088v)
05-12-1470. schepenen Henrick van Doern en Jacop Doelvoet
bovenschrift: Gameren

marge: 1470

Transfixa supra predicta

Wij Henrick van Doern ende Jacop Doelvoet scepen in Zulichem tugen dat voir ons
komen is Jut die wittige wijff was Johans van Bijlant mit hoeren gecoren momber ende
heefft vercofft ende opgedragen voer vijfftich pont gever penningen die sij giede dat hoer
betailt sijn die brieve daer desen tegenwoirdigen brieff doirsteken is ende alle 't gehaut
der brieve als daer inne gescreven steet Heere Ghijsbert Loy priester tot behoiff
der tafelen des Heiligen Geests van Zautbomell soe voell sij daer inne gerechticht is
erffelicke te besitten. Ende Jut mit hoere gecoren momber voirss. verteech op die brieve
ende 't gehaut der brieve voirss. soe veer sij daer inne gerechticht is ende geloeffde
daer op doen te vertien alle die gene die mit recht dair op van hoerre wegen vertijen
sullen. Ende geloeffde oick te waeren van hoerre wegen Here Ghijsbert tot behoeff
des Heiligen Geests voirss. die brieve ende 't gehaut dier brieve voirss. soe veer sij daer inne
gerechticht is jair ende dach als recht is voir allen die gene die ten recht komen willen.
Ende van hoerre wegen soe verre sij daer inne gerechticht is alle voirplicht aff
te doen vanden selven. In orkonde onser litteren. Gegeven inden jair ons Heren dusent
vierhondert ende tsoeventich op Sunte Nycolaus avont biscops.
Sunte Nycolaus avont biscops = 5 dec.
scan 194-3
Transfix.
Hangt aan: 27-03-1456
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.115)
14-12-1470. dat Wilhem Saelmenssoen verkocht heeft aan Ott van Haifften 4 morgen land in Zuilichem in Den Kyvitzhoevell, waarna Ott dit aan Wilhem in erfcijns teruggaf voor 3 rijnsgulden.
Wij Johan van Witzelenborch ende Gijsbert Morinck, scepen in Zuylichem, tugen ...
regest nr. 316
Transfix.
Aanhangend: 16-12-1470
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 158
16-12-1470. dat Ott van Haifften verkocht heeft aan Wilhem Saelmenssoen ten behoeve van heer Arnt van Herlar de akte waaraan deze akte bevestigd is.
Wij Johan van Witzelenborg ende Gijsbert Morinck, scepen in Zuylichem, tugen ...
regest nr. 317
Transfix.
Hangt aan: 14-12-1470
Aanhangend: 29-03-1476
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 158
11-01-1471. dat Johan die Schout Pauwelssoin verkocht heeft aan Johan die Clerck een huis en hofstad in Nieuwaal, waarna laatstgenoemde dit in erfcijns teruggaf aan eerstgenoemde voor 2 filippusschild.
regest nr.318
Transfix.
Aanhangend: 12-01-1471
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 162
12-01-1471. dat Johan die Clerck verkocht heeft aan Johan die Schout Pauwelssoin ten behoeve van heer Arnt van Herlar, ridder, de akte waaraan deze akte bevestigd is.
regest nr. 319
Transfix.
Hangt aan: 11-01-1471
Aanhangend: 29-03-1476
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 162
24-01-1471. schepenen Roeloff van Groensbeeck en Ghijsbert Morinck
bovenschrift: Kerckwijck
marge: 1471

Transfixa supra predicta

Wij Roeloff van Groensbeeck ende Ghijsbert Morinck, scepen in Zuylichem, tugen dat voir
ons komen is Here Huyghman uyten Weerde, canonick bynnen der stat van Zautbomell ende
heeft opgedragen ende om goeits will gegeven die brieve daer desen tegenwoirdigen brieff doer-
gesteken is, ende alle 't gehaut der brieve als daer inne gescreven steet, Here Ghijsbert Loy priester
tot behoeff der tafelen des Heiligen geests erffelicke te besitten. Ende Here Huyghman voirss.
verteech op die brieve ende 't gehaut der brieve voirss. ende geloiffde dair op doen te vertyen
alle die gene die mit recht van sijnre wegen dair op vertyen sullen. Ende geloeffde oick te
waren van sijnre wegen Here Ghijsbert tot behoiff der tafelen des Heiligen geests voirss.
die brieve ende 't gehaut der vrieve voirss. jair ende dach als recht is, voir alle die gene die
ten recht komen willen. Ende van sijnre wegen alle voirplicht aff te doen vanden selven
mit alsulcker voirwaerden toegedaen dat die Heylige Geestmeysters der tafelen des Heiligen
Geests voirss. inder tijt altoes ewelicken opt recht jairgetijde Here Huyghmans voirss.
spynden ende omme gods will geven sullen den rechten armen twee malder weyts aen gebacken
broedt voir die zyell Here Huyghmans voirss. bynnen der stat van Zautbomell. In orkonde
onser litteren gegeven inden jaire ons Heren Dusent vierhondert een ende soeventich des
donredages na Sunte Agnesen dach virginis.
donredages na Sunte Agnesen dach virginis (21 jan) = 24 jan
scan 115-1
Transfix.
Hangt aan: 06-12-1468
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.073)
07-05-1471. schepenen Roeloff Janssz. en Johan Auwrijn
marge: Kerckwijk, in die cromhaer, XVII hont

Wij Roeloff Janssz. ende Johan Auwrijn, scepen in Zuijlichem tugen dat voir ons komen is
Dirck van Hemert Petersz. ende heefft vercofft ende opgedragen voir hondert punt gever pen-
ningen die hij giede dat hem betailt sijn, soeventien hont lantz gelegen inden gericht van
Kerckwijck geheeten die Kromhaer, Hubert van Doern ende lant der tafelen des Heiligen
Geests van Zautbomell oistwairt naistlant gelegen ende die mit recht aen dander sijde naest
lant gelegen sijn, Here Ghijsbert Loy, priester tot behoeff der tafelen des Heiligen Geests van
Zautbomell voirss. in eenen eygendom sonder thijns ende sonder dijck, uijtgenomen mit den
gemijnen dijck die daer mit recht toebehoirt erffelicke te besitten. Ende Dirck van Hemert
voirss. verteech op dit lant voirss. ende geloeffden dair op doen te vertijen alle die gene die
mit recht dair op vertijen sullen. Ende geloeffden oick te waren here Gijsbert tot behoeff
der tafelen des Heiligen Geests voirss. dit lant voirss. jaer ende dach als recht is voor alle
die gene die ten recht komen willen. Ende alle voirplicht aff te doen vanden selven voirt
is Joh. die Kock een wairburge hier in. Inne orkonde onser litteren gegeven inden jair
ons Heren dusent vierhondert een ende tsoeventich des dynxdages na den Heiligen Son-
nendach Jubilate
datum: dynxdages na den Sonnendach jubilate (5 mei) = 7 mei 1471
scan 113-2
Klik om een foto of scan te zien: Microfilm  
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.072)
07-05-1471. schepenen Roeloff Janssz. en Johan Auwrijn
marge: Kerckwijck, op die Boemingen, V hont, 1471

Wij Roeloff Janssz. ende Johan Auwrijn, scepen in Zuylichem, tugen dat voir ons komen is
Peter Wilhelmss. ende heeft vercofft ende overgedragen voir vijfftich pont gever penningen die hij
giede dat hem betailt sijn vijff hont lants soe groet ende cleyn als die gelegen sijn inden
gericht van Kerckwijck op die Boemingen, erffgenamen Andries Veldrielss aen d'een sijde
naist lantgelegen, ende lant der tafelen des Heyligen Geests van Zautbomell aen d'ander side,
here Ghijsbert Loy, priester, tot behoiff der tafelen des Heiligen Geests van Zautbomell
voirss. in eenen eygendom sonder thijns ende sonder dijck, uytgenomen mit den gemeijnen dijck
die daer mit recht toebehoirt erffelick te besitten. Ende Peter Wilhelmss. voirss. verteech op
dit lant voirss. ende ende geloeffde dair op doen te vertijen alle die gene die myt recht dair op
vertijen sullen ende geloeffde oick te waren Here Ghijsbert tot behoiff der tafelen des Hei-
ligen Geests voirss. dit lant voirss. jair ende dach als rechtis, voir alle die gene die
ten recht komen willen. Ende alle voirplicht aff te doen voirden selven. In oirkonde
ons Heeren gegeven inden jair onss Heren dusent vierhondert een ende tsoeventich
des dynxdages naden Heiligen Sonnendach Jubilate.
datum: dynxdages na den Sonnendach jubilate (5 mei) = 7 mei 1471
scan 113-3
Klik om een foto of scan te zien: Microfilm   Microfilm (vervolg)  
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.072)
21-01-1472. schepenen Ghijsbert Morinck en Jacop Doelvoet
bovenschrift: Bruechem
marge: 1472, VI 1/2 hont

Wij Ghijsbert Morinck ende Jacop Doelvoet scepen in Zuylichem tugen dat voir ons komen is
Heyman Peterss. ende heefft vercofft ende opgedragen voir vijfftich pont gever penningen die hij giede
dat hem betailt sijn die helfft van soevendehalff hont lants gelegen inden gericht van Bruechem
tusschen Johan van Hoeve zuydtwairt naist lantgelegen ende lant der tafelen des Heiligen
Geests van Zautboemell noirdwairt Here Ghijsbert Loy priester tot behoiff der tafelen des Hei-
ligen Geests voirss. in enen eygendom met die helfft van sess schillinge thijns jairlix te betalen
der papelicker provent van Bruechem ende mit dijck die daer mit recht toebehoert erffelick te
besitten. Ende Heyman Peterss. voirss. verteech op dit vercoffte lant voirss. ende geloiffde dair op
doen te vertijen alle die gene die mit recht dair op vertijen sullen. Ende geloeffde oick te vairen
Here Ghijsbert voirss. tot behoiff der tafelen des Heiligen Geests voirss. dit vercoffte lant
voirss. jaer ende dach als recht is voir alle die gene die ten recht komen willen ende alle voir-
plicht aff te doen vanden selven sonder den thijns voirss. In orkonde onser litteren. Gegeven inden
jair onss Heren dusent vierhondert twe ende tsoeventich op Sente Agneten dach virginis.
op Sente Agneten dach virginis = 21 Jan
scan 142-1
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.087v)
24-06-1472. schepenen Johan van Heerlaer en Ghijsbert Morinck
bovenschrift: Kerckwijck
marge: VII hont, 1472

Wij Johan van Heerlaer ende Ghijsbert Morinck, scepen in Zuijlichem, tugen dat voir ons comen
is Arnt die Kock van Delwijnen, ende heeft vercofft ende opgedragen voir vijfftich pont gever
penningen die hij giede dat hem betailt sijn, soeven hont lantz gelegen inden gerecht van Kerck-
wijck lanck des Heiligen Geests van Zautbomell aen beyden sijden ende lant des Heiligen
Geests voirss. aen dat een eijndt, ende lant der papelicken provent van Kerckwijck aen dat andere
eijnde, .here Ghijsbert Loy, priester, tot behoiff der tafelen des voirss. Heiligen Geests in eenen
eygendom sonder thijns ende sonder dijck uytgenomen met den gemeynen dijck die daer mit
recht toehoirt erffelicke te besitten. Ende Arnt die Kock voirss. verteech op dit lant voirss. ende
geloeffde dair opdoen te vertijen alle die gene die mit recht dair op vertijen sullen, hij ge-
loeffde oick te waren here Ghijsbert tot behoiff der tafelen des Heiligen Geests voirss. dit lant
voirss. jair ende dach als recht is, voir alle die gene die ten recht komen willen. Ende aller
voorplicht aff te doen vanden selven. In orkonde onser letteren gegeven inden jair ons Heren du-
sent vierhondert twe ende tsoeventich, op sunte Johans avont baptist.
scan 114-1
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.072v)
09-10-1473. dat vrouwe Alyt Piecks, weduwe van heer Arnt van Herlar, ridder, beloofd heeft te betalen aan broeder Thomas, priester van het kartuizerklooster van Sint-Sophia buiten 's-Hertogenbosch, ten behoeve van prior en gemeen convent een erfcijns van 400 rijnsgulden op 28 oktober over een jaar en daarna 400 rijnsgulden jaarlijks op die dag krachtens haar testament van vandaag, verleden voor notaris meester Gerit Heelds.
regest nr. 333
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653)-153
24-03-1474. schepenen Jan van Brakel Diricksz. en Helmych Dirick zoen.
Jann van Steenberghenn als man van joffer Engel, verkoopt enkele tijnzen aan Jan van Broeckhuysen en van Brakell.
f.51
Wij Jan van Brakel Diricksz. ende
Helmych Dirick zoen schepenn in Zulichem
tugenn dat voir ons comen is Jann van Steen-
berghenn als momber end man Joffer Engel
sinre huisfrouwe end hefft vercofft ende
huisfro opgedragenn voor duysent pont ghe-
ver pennynghenn die ghiede dat hem be-
taelt sin ale dese thinsse hier na bescrevenn die
menn jaerlix schuldich is end te betaelenn
pleech op Sunte Peters dach apostels ad Cathe-
dram. Inden ieerstenn een halve croen
uyt gentenn weert gelegenn indenn gericht
van Brakell tusschenn Jann van Broeckhusen
f.51v
end Wyllem Aerntss. Item enenn halvenn
franckricksche schilt end een dordendeel vann
enenn franckrickschenn schilt uit enen geseet
dat Liesbet Steeskenn plach te wesenn gelegen
geleghenn gelegenn indenn gericht voyrss.
tusschenn Tielmann Goesens soen end Gherit
Jacops soen. Item een end viertychste halven
groetenn uyt Vasterits Meerts hoffstat gelegen
inder ghericht voirss. tusschen Peter Petersoen
end Baukenn die Kock. Item noch tweintich
braspeningen uit Pauwels Jacops soen geseet
gelegenn inden ghericht voirss. tusshenn Pe-
ter Peterssoen voirss. end Jann uytenn Hout.
Item enenn groetenn uit Peter Wyllemszoen
hoffstat gelegenn inden gericht voirss. tusschen
Heinkenn Hughens soen voerss ende die moe-
lenn steghe. Item twelff groetenn uit Bau-
kens hoffstat vann Myllen gelegenn inden
gericht voirss. tusschenn Heinkenn Hugens
soen voirss. end Ghijpkenn Hughennsoen. Item
twelff groet uit Simonn Janssz. hoffstat gele-
gen inden gericht voirss. tusschenn Steesken
Gelummerssoen end Ghupkenn Hugens voirss.
Item noch dese tinsse hier nae bescreven die
men jaerlix schuldich is ende te betaelenn
pleech op Sunte Lambers dach biscops. Inden
ierstenn sestienn groetenn ghever pennynghenn
uit erffghenamen Aelbert Donckers hoffstat ge-
legenn inden ghericht voirss. tusschen Huyg-
skenn Hugens soen voirss. end Dirick Matheus
soenn. Item vieff groet uit Peter Velkeners
hoffstat ghelegenn inden gericht voirss. tusschen
Hermann Maess. end Heinkenn Laurens soen.
Ytem vieftien groetenn uter hoffstat
Herman Maess. voirss. ghelegenn inden ge-
richt voirss. tusschenn Matheus Janss.
ende Diryck Matheus soenn voirss. Item
f.52
vyer groet uter hoffstat Matheus Janss. voerss.
gelegenn inden ghericht voirss. tusschen Peter
vann Hoick ende Herman Maess. voyrss.
Item noch twee groete uter hoffstat Matheus
Janss. voirss. gelegenn inden ghe-
richt voirss. tusschenn Peter van Hoick ende
Herman Maess. voirss. Item begenentweijn-
tich groeten uyter hoffstat Peters vann Hodick
voyrss. gelegenn inden gericht voyrss. tusschen
Matheus Janss. end Laurens die Kock
voirss. Item drie pont ghever penninghen
uyter hoffstat Laurens die Kock voirss. gelegen
indenn gericht voirss. tusschenn Vasterits Sweerss.
ende Peter van Hoydick voyrss. Item drie
groet uyth Jans Neven hoffstat geleghen
indenn gericht voirss. tusschenn Jan Jacops
soenn ende Wyllem Aelberts soenn. Item vief
groetenn uyt Heinrick Bobbers geseet gelegenn
indenn gericht voirss. Item ses pennyngen
uyt Wyllem Jacops soenn geseet gelegen inden
gericht voyrss. tusschen Jacop Wouterssoenn end
Gelummer Gelummers soenn. Item sesten hal-
venn scillinck uit eenre hoffstat die Heijn-
rick Roesenn plach te wesenn gelegenn
inden gericht voirss. tusschenn Diryck
vann Brakell end Jan Bobbert. Item
ses pennynghen uyt enenn halvenn morghen
lands hens Claes vann Brakel die Mar-
griet Ykens toe placht toe hoeren gelegenn inden
ghericht voirss. affter denn aldenn dieck tuschen
Jann vann Weerdenberch ende Jan van Tiell
Beritssoenn. Item Dirick van Brakel ende
Jann vann Brakel vyerdenhalvenn schyllynck
uyt enen camp landts gelegenn inden ge-
richt voyrss. affter tusschenn dye slusenn tuschen
Dyrick voirss. end landt des Heijliges Geests van
Brakel. Item Reijner Goiens soenn twee
Schyllinck uit twe merghen lands gelegen
indenn gericht voirss. affter hout Vasterit Sweertsoen
f.52v
voerss. an dye een siede ende ende wylner Ghiesbert
herenn tot Hemert aen die ander siede. Item
Broes vann Reijns drie scilling uit drie mergen
lands gelegen inden gericht voirss. in
die benynghe affter denn suchovell tusschen
Zegher Janss. ende Herman Maess. voyrss.
Item drie schilling ghever pennynghe uit
drie merghen landts gelegenn inden
gericht voirss. die Vranck Jan Vran-
kens soens toe te hoeren plegen after den
Suchoevel tusschen Zegher Jans soenn
end Herman Maess soen voirss. Item tijns
enenn halvenn schilling ghever pennyn-
genn diemen jaerlix schuldich is te betae-
lenn uit enenn merghenn lands
die denn cureet der kerckenn voerss
van Brakel toe behoert gelegenn inden ge-
richt voyrss. dye Ghieb Bonynck plach
te wesenn in dye korte Bruynge tusschen
Ot vann Voern ende erff des cureets der
kerkenn voirss. off tusschenn dye ghene die
den lande ende goede voyrss. met recht naest
gelegenn sijnn Jan vann Broeckhuysen
ende vann Brakell voerss. in enenn
eigendom erfflickenn te besitten end Jann
van Steenberghenn als momber sijnre
huysfrouwe voerss. verteech op alle dese tijnse
voyrss. ende geloeffdenn daer op doenn
te vertienn allenn die ghene dye mit
recht dair op vertienn sullen. Sij geloefden
oeck te warenn Jann van Broeckhuysenn
ende vann Brakel voyrss. alle dese thijnse voerss.
jaer ende dach als recht is voer allen die
ghene die ten recht comen wyllenn ende
alle voyrplicht aff te doenn van denn
selven die superscriptienn weert ende voerss. loe-
ven wij guet. In oerconde onser literen. Gegeven
indenn jaer ons Heren duysent vierhondert vier-
ende soeventich des donredaechs na Sunte Geer-
truydenn dach.
St. Geertuyd = 17 maart. In 1474 viel dat op donderdag, dus de donderdag daarna is 24 maart.
Bron: Familie Van Dam van Brakel, inv. 1211 (f.51+51v+52+52v)
12-05-1474. Johan van Brakel Derycs zoon en Helmich Derixs zoon, schepenen in Suylichem, oorkonden, dat Gerit van Lair, overgedragen heeft aan den Heilige-Geestmeester aldaar de landen, bedoeld in den brief d.d. 1453 November 8 (Reg. no. 20), waardoor deze is gestoken. Gegeven in den jayr onss Heren dusent vierhondert vier ende soeventich op den twelffsten dach in der maent, geheiten Meyde. Oorspr. (Inv. no. 86); met het geschonden zegel van den tweeden oorkonder in groene was; dat van den eersten oorkonder is verloren.
Datering: 1474 Mei 12
regest 25
Transfix.
Hangt aan: 08-11-1453
Bron: Heerlijkheid Zuilichem, inv. 86
22-05-1474. Eigendomsbewijs voor het klooster van alle door Gerit van Lair in Nieuwaal en Zuilichem opgewonnen bezittingen van Johan van Sint-Goriks, ridder, met uitzondering van 15½ morgen, geheten de Kivietsheuvel, en een erfcijns van 10 gulden, 1476. Met 2 retroacta, 1474
Wij Greyman Schoon ende Johan van Huesden, scepen in Zuylichem, tugen dat voor den geswooren richter onsse hove van gelre in Bomelreweerd ende voir ons komen is Gerit van Lair ende heeft ge?laegh an... ende op hem Johan van Sente Gozix ... als die hij hem geset heeft van anderhalff hondert gouwen wilhels schilde genge ende geve ende en heeft hem dair nyet van geewyt ende heeft hem daer inn geschaidt driehondert gauwen wilhelms schilde genge ende geve als hij seeghde, en dit is Gerith van Lair voirss. sijn yrste clage die geschiet is als recht is.Dit geschieden inden jair ons heren dusent vierhondert vierentseeventich op den XXIIsten dagh inder maent geheeten may de dair na wij Arnt die Kock van Delwijnen ende Johan van Brakel Dircx Gijsbert Pieck Arntsz. Baudewijn van Welden Andriaen van den Oever Johan Aelbertsz. ende Helmich Derixsz. scepen in Zuylichem tugen dat voir die geswoeren richter voirss. ende voir ons dair wij mede inden dingkbancken tot Zuylichem te gedinge geseten waren komen is Gerit van Lair voirss. ende heeft geclaight met ende op hen Johan van Sente Goirx ritter als dat hij hem geset heeft voir anderhalff hondert gauwen wilhelms schilden genge ende geve ende heeft hem daer nyet van geqeeyt ende heeft hem dair om geschaidt drie hondert gauwen wilhelms schilde genge ende geve als hij seeghde. Wair aff die geswoeren bode onsse heren van Gelrein Bomelreweerd giede voir ons dat hij hen Johan van Sente Gezix ritter ... gedaight hadde van wegen Gerith van Lair...
...
Gegeven inden jair onssen heren MCCCC vier ende soeventich den donresdagh op den tweendtwintichsten dach vander maent meyde.
regest nr. 341
Transfix.
Aanhangend: 23-05-1474
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 136
23-05-1474. schepenen Baudewijn van Welden en Johan Aelbertzs.
Wij Baudewijn van Welden en Johan Aelbertzs. scepenen in Zuylichem tugen dat
voir ons komen is Baudewijn vanden Oever ende heeft vercofft ende opgedragen
voir thien pont gever penningen die hij giede dat hem betailt sijn den brieff
dair desen tegenwoirdigen brieff doer gesteken is, ende alle 't gehout dess brieffs
als dair inne geset steet Gerit van Lair erffelick te hebben ende te besitten
...
Gegeven inden jair
onssen heren dusent vierhondert vierende soeventich opden XXIIIsten dach inder
de maand is niet leesbaar op de foto, maar moet mei zijn volgens het regest op de website van archieven.nl
regest nr. 342
Transfix.
Hangt aan: 22-05-1474
Aanhangend: 29-09-1476
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 136
12-11-1474. dat Coenraet van Ghiesen en jonkvrouw Aleit, weduwe van Gherinc Porters, afstand gedaan hebben ten behoeve van heer Arnt van Herler, ridder, van een stuk land gelegen buitendijks aan Den Essche, geheten Dat Liefkempken.
of 1444?
regest nr. 115
Transfix.
Aanhangend: 29-03-1476
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 219
02-08-1475. Andriaen Derixs bekent schuldig te zijn aan Johan Zegerszoon, ten behoeve van joffer Geertruijt Zegersdochter, 2 gouden Rijnsche gulden (à 20 Bourgantsche witte stuiver) erfthijns, jaarlijks op St. Remeijs te betalen uit een huis met toebehoren, gelegen in het gerecht van Aelst. Ten overstaan van Johan van Brakell Derixszoon en Reijmbout Baers, schepenen in Zuijlichem, 1475 augustus 2 (woensdaighs na St. Petersdach ad vincula). 1 charter
N.B. Op perkament, het eerste zegel is afgevallen, het tweede zegel in groen was aanwezig.
Bron: Oud-archief gemeente en heerlijkheid Neder-Hemert 1, inv. 217
29-03-1476. dat Gerit van Strijn, broeder tot Soevenbergen, als voogd van zijn vrouw vrouwe Alyt Pieck, weduwe van heer Arnt van Herlar, ridder, geschonken heeft 'om seker saken der conscientien vrauwe Alytten vurs. van wegen heren Arnts vurs. ende hoerre beyder alderen noitlicken als sy sacht dairtoe bewegende' aan broeder Thomas van Driell, procurator van het nieuwe klooster van Sint-Sophia in Vught, ten behoeve van prior en gemeen convent de aangehechte akte, onder voorwaarde dat vrouwe Alijt zolang ze leeft de desbetreffende cijns mag innen.
regest nr. 412
Transfix.
Hangt aan: 01-01-1464
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 157
29-03-1476. dat Gerit van Strijen, broeder tot Soevenbergen, als voogd van zijn vrouw vrouwe Alyt Pieck, weduwe van heer Arnt van Herlar, ridder, geschonken heeft 'om sekere saken der conscientien vrauwen Alytten voirs. van wegen heren Arnts vurs. ende hoerre beyder alderen noitlicken als sy sacht dairtoe bewegende' aan broeder Thomas van Driell, procurator van het nieuwe klooster van Sint-Sophia in Vught, ten behoeve van prior en gemeen convent de aangehechte akte, onder voorwaarde dat vrouwe Alijt zolang ze leeft de desbetreffende cijns mag innen.
Wij Walraven van Aspen van Vuyren en Johan van Aelst, scepen in Zuylichem, tugen dat voir ons komen is Gerit
van Strijn, brueder tot Soevenbergen, als momber sijnre huyssvrouwen vrouwe Alytten Piecx die wijff was
here Arnts van Herlar, ritter, ende heeft mit wille ende consent vrauwe Alytten vurss. om sekere saken der conscientien
bewegende overgegeven ende opgedragen, puyrlick ende symplick omgaits willen in rechter aelmissen ende
fundacien die brieve dair desen tegenwordigen brieff doergesteken is ende alle 'tgehaut der brieve als dair
inne gescreven steet, brueder Thomas van Driel, procuratoer des nyen cloesters van Sente Sophien Carthuyser
ordens gelegen tot Vucht bij der stat van des Hertogen Bosch ...
...
Gegeven inden jair ons heren dusent vierhondert sess ende
tsoeventich op den negenentwintichsten dach vander maent meerte.
regest nr. 405
Transfix.
Hangt aan: 16-12-1470
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 158
29-03-1476. dat Gerit van Strijn, broeder tot Soevenbergen, als voogd van zijn vrouw vrouwe Alyt Pieck, weduwe van heer Arnt van Herlar, ridder, geschonken heeft 'om sekere saken der conscientien vrauwe Alytten vurs. van wegen heren Arnts vurs. ende hoer beyder alderen noitlicken als sy sacht dairtoe bewegende' aan broeder Thomas van Driell, procurator van het nieuwe klooster van Sint-Sophia in Vught, ten behoeve van prior en gemeen convent de aangehechte akte, onder voorwaarde dat vrouwe Alijt zolang ze leeft de desbetreffende cijns mag innen.
regest nr. 418
Transfix.
Hangt aan: 23-06-1463
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 160
29-03-1476. dat Gerit van Strijn, broeder tot Soevenbergen, als voogd van zijn vrouw vrouwe Alyt Pieck, weduwe van heer Arnt van Herlar, ridder, geschonken heeft 'om sekere saken der conscientien vrauwe Alytten vurs. van wegen heren Arnts vurs. ende hoerre beyder alderen noitlicken als sy sacht dairtoe bewegende' aan broeder Thomas van Driell, procurator van het nieuwe klooster van Sint-Sophia in Vught, ten behoeve van prior en gemeen convent de aangehechte akte, onder voorwaarde dat vrouwe Alijt zolang ze leeft de desbetreffende cijns mag innen.
regest nr. 409
Transfix.
Hangt aan: 13-11-1470
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 206
29-03-1476. dat Gerit van Strijn, broeder tot Soevenbergen, als voogd van zijn vrouw vrouwe Alyt Pieck, weduwe van heer Arnt van Herlar, ridder, geschonken heeft 'omme sekeren saken der conscientien vrouw Alytten vurs. van wegen heren Arnts vurs. ende hoerre beyder alderen noitlicken als sy sacht dairtoe bewegende' aan broeder Thomas van Driell, procurator van het nieuwe klooster van Sint-Sophia in Vught, ten behoeve van prior en gemeen convent de aangehechte akte, onder voorwaarde dat vrouwe Alijt zolang ze leeft de desbetreffende cijns mag innen.
regest nr. 408
Transfix.
Hangt aan: 13-11-1470
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 209
29-03-1476. dat Gerit van Strijn, broeder tot Soevenbergen, als voogd van zijn vrouw vrouwe Alyt Pieck, weduwe van heer Arnt van Herlar, ridder, geschonken heeft 'om sekere saken der conscientien vrauwe Alytten vurs. van wegen heren Arnts vurs. ende hoerre beyder alderen noitlicken als sy sacht dairtoe bewegende' aan broeder Thomas van Driell, procurator van het nieuwe klooster van Sint-Sophia in Vught, ten behoeve van prior en gemeen convent de aangehechte akte, onder voorwaarde dat vrouwe Alijt zolang ze leeft de desbetreffende cijns mag innen.
regest nr. 414
Transfix.
Hangt aan: 27-11-1462
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 210
29-03-1476. dat Gerit van Strijn, broeder tot Soevenbergen, als voogd van zijn vrouw vrouwe Alyt Pieck, weduwe van heer Arnt van Herlar, ridder, geschonken heeft 'om sekere saken der conscientien vrauwe Alytten vurs. van wegen heren Arnts vurs. ende hoerre beyder alderen noitlicken als sy sacht dairtoe bewegende' aan broeder Thomas van Driell, procurator van het nieuwe klooster van Sint-Sophia in Vught, ten behoeve van prior en gemeen convent de aangehechte akte, onder voorwaarde dat vrouwe Alijt zolang ze leeft de desbetreffende cijns mag innen.
regest nr. 413
Transfix.
Hangt aan: 02-10-1460
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 212
29-03-1476. dat Gerit van Strijn, broeder tot Soevenbergen, als voogd van zijn vrouw vrouwe Alyt Pieck, weduwe van heer Arnt van Herlar, ridder, geschonken heeft 'omme sekere saken der conscientien vrauwe Alytten vurs. van wegen heren Arnts vurs. ende hoerre beyder alderen noitlicken als sy sacht dairtoe bewegende' aan broeder Thomas van Driell, procurator van het nieuwe klooster van Sint-Sophia in Vught, ten behoeve van prior en gemeen convent de aangehechte akte.
regest nr. 420
Transfix.
Hangt aan: 12-11-1474
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 219
29-03-1476. dat Gerit van Strijn, broeder tot Soevenbergen, als voogd van zijn vrouw vrouwe Alyt Pieck, weduwe van heer Arnt van Herlar, ridder, geschonken heeft 'om seker saken der conscientien vrauwe Alytten vurs. van wegen heren Arnts vurs. ende hoerre beyder alderen noitlicken als sy sacht dairtoe bewegende' aan broeder Thomas van Driell, procurator van het nieuwe klooster van Sint-Sophia in Vught, ten behoeve van prior en gemeen convent de aangehechte akte.
regest nr. 421
Transfix.
Hangt aan: 11-03-1460
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 236
29-03-1476. dat Gerit van Strijn, broeder tot Soevenbergen, als voogd van zijn vrouw vrouwe Alyt Pieck, weduwe van heer Arnt van Herlar, ridder, geschonken heeft 'om sekere saken der conscientien vrauwe Alytten vurs. van wegen heren Arnts vurs. ende hoerre beyder alderen noitlicken als sy sacht dairtoe bewegende' aan broeder Thomas van Driell, procurator van het nieuwe klooster van Sint-Sophia in Vught, ten behoeve van prior en gemeen convent de aangehechte akte.
regest nr. 422
Transfix.
Hangt aan: 06-12-1418
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 218
29-03-1476. dat Gerit van Strijn, broeder tot Soevenbergen, als voogd van zijn vrouw vrouwe Alyt Pieck, weduwe van heer Arnt van Herlar, ridder, geschonken heeft 'om seker saken der conscientien vrauwe Alytten vurs. van wegen heren Arnts vurs. ende hoerre beyder alderen noitlicken als sy sacht dairtoe bewegende' aan broeder Thomas van Driell, procurator van het nieuwe klooster van Sint-Sophia in Vught, ten behoeve van prior en gemeen convent de aangehechte akte, onder voorwaarde dat vrouwe Alijt zolang ze leeft de desbetreffende cijns mag innen.
regest nr. 417
Transfix.
Hangt aan: 19-08-1453
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 156
29-03-1476. 1476-03-29. Schepenen van Zuilichem oorkonden dat Gerit van Strijn, broeder tot Soevenbergen, als voogd van zijn vrouw vrouwe Alyt Pieck, weduwe van heer Arnt van Herlar, ridder, geschonken heeft 'om sekere saken der conscientien vrauwe Alytten vurs. van wegen heren Arnts vurs. ende hoerre beyder alderen noitlicken als sy sacht dairtoe bewegende' aan broeder Thomas van Driell, procurator van het nieuwe klooster van Sint-Sophia in Vught, ten behoeve van prior en gemeen convent de aangehechte akte, onder voorwaarde dat vrouwe Alijt zolang ze leeft de desbetreffende cijns mag innen.
regest nr. 415
Transfix.
Hangt aan: 09-02-1455
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 215
29-03-1476. 1476-03-29. Schepenen van Zuilichem oorkonden dat Gerit van Strijn, broeder tot Soevenbergen, als voogd van zijn vrouw vrouwe Alyt Pieck, weduwe van heer Arnt van Herlar, ridder, geschonken heeft 'om sekere saken der conscientien vrauwe Alytten vurs. van wegen heren Arnts vurs. ende hoerre beyder alderen noitlicken als sy sacht dairtoe bewegende' aan broeder Thomas van Driell, procurator van het nieuwe klooster van Sint-Sophia in Vught, ten behoeve van prior en gemeen convent de aangehechte akte, onder voorwaarde dat vrouwe Alijt zolang ze leeft de desbetreffende cijns mag innen.
regest nr. 416
Transfix.
Hangt aan: 10-04-1457
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 167
29-03-1476. 1476-03-29. Schepenen van Zuilichem oorkonden dat Gerit van Strijn, broeder tot Soevenbergen, als voogd van zijn vrouw vrouwe Alyt Pieck, weduwe van heer Arnt van Herlar, ridder, geschonken heeft 'om sekere saken der conscientien vrauwe Alytten vurs. van wegen heren Arnts vurs. ende hoerre beyder alderen noitlicken als sy sacht dairtoe bewegende' aan broeder Thomas van Driell, procurator van het nieuwe klooster van Sint-Sophia in Vught, ten behoeve van prior en gemeen convent de aangehechte akte.
regest nr. 423
Transfix.
Hangt aan: 14-02-1458
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 231
29-03-1476. dat Gerit van Strijn, broeder tot Soevenbergen, als voogd van zijn vrouw vrouwe Alyt Pieck, weduwe van heer Arnt van Herlar, ridder, geschonken heeft 'om sekere saken der conscientien vrauwe Alytten vurs. van wegen heren Arnts vurs. ende hoerre beyder alderen noitlicken als sy sacht dairtoe bewegende' aan broeder Thomas van Driell, procurator van het nieuwe klooster van Sint-Sophia in Vught, ten behoeve van prior en gemeen convent de aangehechte akte, onder voorwaarde dat vrouwe Alijt zolang ze leeft de desbetreffende cijns mag innen.
regest nr. 410
Transfix.
Hangt aan: 11-03-1459
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 214
29-03-1476. dat Gerit van Strijn, broeder tot Soevenbergen, als voogd van zijn vrouw vrouwe Alyt Pieck, weduwe van heer Arnt van Herlar, ridder, geschonken heeft 'om sekere saken der conscientien vrauwe Alytten vurs. van wegen heren Arnts vurs. ende hoerre beyder alderen noitlicken als sy sacht dairtoe bewegende' aan broeder Thomas van Driell, procurator van het nieuwe klooster van Sint-Sophia in Vught, ten behoeve van prior en gemeen convent de aangehechte akte, onder voorwaarde dat vrouwe Alijt zolang ze leeft de desbetreffende cijns mag innen.
regest nr. 411
Transfix.
Hangt aan: 18-01-1461
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 211
29-03-1476. dat Gerit van Strijn, broeder tot Soevenbergen, als voogd van zijn vrouw vrouwe Alyt Pieck, weduwe van heer Arnt van Herlar, ridder, geschonken heeft 'om sekere saken der conscientien vrauwe Alytten vurs. van wegen heren Arnts vurs. ende hoer beyder alderen noitlicken als sy sacht dairtoe begende' aan broeder Thomas van Driell, procurator van het nieuwe klooster van Sint-Sophia in Vught, ten behoeve van prior en gemeen convent de aangehechte akte, onder voorwaarde dat vrouwe Alijt zolang ze leeft de desbetreffende cijns mag innen.
regest nr. 419
Transfix.
Hangt aan: 14-11-1469
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 175
29-03-1476. dat Gerit van Strijen, broeder tot Soevenbergen, als voogd van zijn vrouw vrouwe Alyt Pieck, weduwe van heer Arnt van Herlar, ridder, geschonken heeft 'om sekere saken der conscientien vrauwen Alytten vurs. van wegen heren Arnts vurs. ende hoer beyder alderen noitlicken als sy sacht dairtoe bewegende' aan broeder Thomas van Driell, procurator van het nieuwe klooster van Sint-Sophia in Vught, ten behoeve van prior en gemeen convent de aangehechte akte, onder voorwaarde dat vrouwe Alijt zolang ze leeft de desbetreffende cijns mag innen.
regest nr. 406
Transfix.
Hangt aan: 18-05-1470
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 155
29-03-1476. dat Gerit van Strijn, broeder tot Soevenbergen, als voogd van zijn vrouw vrouwe Alyt Pieck, weduwe van heer Arnt van Herlar, ridder, geschonken heeft 'om sekere saken der conscientien vrauwen Alytten vurs. van wegen heren Arnts vurs. ende hoerre beyder alderen noitlicken als sy sacht dairtoe bewegende' aan broeder Thomas van Driell, procurator van het nieuwe klooster van Sint-Sophia in Vught, ten behoeve van prior en gemeen convent de aangehechte akte, onder voorwaarde dat vrouwe Alijt zolang ze leeft de desbetreffende cijns mag innen.
regest nr. 407
Transfix.
Hangt aan: 12-01-1471
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 162
30-03-1476. dat broeder Thomas van Driell, procurator van het nieuwe klooster van Sint-Sophia in Vught, verhuurd en uitgegeven heeft aan Gerit van Strijn, broeder tot Zevenbergen, ten behoeve van zijn echtgenote vrouwe Alyt Pieck, te gebruiken als lijfrente, voor 1 oude Vlaamse groot die ze jaarlijks aan het klooster moet betalen zolang ze leeft, de volgende stukken land: in Zuilichem 4 morgen beneden in Den Groeten Kyevitshoevell, 1½ morgen namelijk de helft van de Cleynen Kyevitshoevell, 4 morgen in een andere Cleynen Kyevitshoevell; in Nieuwaal 4, 3 en 6 morgen in Die Langeweyden, 3½ morgen in Die Broichoevell, 2½ morgen in Krijns Broichoevell, 7 hond in Die Haren, 5 hond, het 'nye bauhuyss mit bergen, schueren, stallen, duyffhuyss, bogart' en alle toebehoren, een huis en hofstad 'mit twee bergen, boegart ende dat groete wordelken dair afteraen totten stroem toe', buitendijks, een huis en hofstad 'mit cleyn wordelken mitten heelen cleynen wordelken', ook buitendijks tot de stroom toe, een stuk uiterwaard, de erfpacht van een uiterwaard van de heerlijkheid van het hertogdom Gelre, buitendijks, 1 morgen opt Nuylant, 2 morgen en 5 hond en 7 hond op Die Woirden, een boomgaard achter Harmans Sweren; in Gameren 8 morgen in Die Groeten Kamp en 1 morgen in Cupers Camp; in Aalst 2½ morgen en 2 morgen, Dat Lyeskempken buitendijks; en alle andere goederen die Gerit van Strijen aan het klooster overgedragen heeft in de Eninge van Zuilichem volgens schepenakten van Zuilichem, terwijl de huwelijkse voorwaarden tussen Alyt en Gerit van kracht blijven.
regest nr. 429
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 240
22-09-1476. dat Derick van Hemert en zijn broer Arnt kwijtgescholden hebben aan heer Johan van Sente Goricx en zijn echtgenote vrouwe Margriet alle schuld die Johan en Magriet aan hen hadden met betrekking tot de goederen van wijlen heer Arnt van Herlar, ridder, en dat Derick en Arnt afstand gedaan hebben van alle goederen van heer Arnt in Zuilichem ten behoeve van prior en convent van het klooster van Sint-Sophia binnen(!) 's-Hertogenbosch, waarna broeder Thomas van Driell, procurarator van het klooster, een akte van deze afstand gevraagd heeft.
regest nr. 432
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 241
29-09-1476. schepenen Reymbaut Baers ende Baudewijn vanden Oever
Wij Reymbaut Baers ende Baudewijn vanden Oever scepen in Zuylichem tugen dat voirons komen is Gerarde van Lair ende heeft vercoft ende opgedragen voir thien pont gever penningen die hij giede dat hem betailt sijn die brieve dair desen tegenwordigen brieff doergesteken is ende alle 't gehout dess brieffs als dair inne gescreven steet, brueder Thoemas van Driel, procuratoer des p..oers ende des gemeyn convents des cloesters in constantunopell Carthuysers orde buten des Hertogesbosch tot behoiff des p..oers ende des gemeyn convents voirss. erffelick te besitten.
...
Gegeven inden jair ons heren dusent vierhondert sessentsoeventich op den negenentwintichsten dach vander maent september.
regest nr. 434
Transfix.
Hangt aan: 23-05-1474
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 136
01-01-1477. schepenen Andriaen van den Oever en Johan Aelbertss.
bovenschrift: Bruechem
marge: 1477

Transfixa Supra predicta

Wij Andriaen van den Oever ende Johan Aelbertss. scepen in Zuylichem tugen dat voir
ons komen is Bartruyt die wittige wijff was Johans die Meijer mit hoeren gecoren momber ende
heefft vercofft ende opgedragen voir hondert pont gever penningen die sij giede dat hair betailt
sijn den brieff dair desen tegenwoirdigen brieff doergesteken is ende alle 't gehaut des briefs
als daer inne gescreven steet Here Ghijsbert Loy priester tot behoiff der tafelen des Heij-
ligen Geests van Zautboemell erffelicken te besitten. Ende Bartruyt mit hoeren momber voirss.
verteech op den brieff ende 't gehaut dess brieffs voirss. Sij geloiffden dair op doen te vertijen
alle die gene die mit recht dair op vertijen sullen. Sij geloeffden oick te waren Heren
Ghijsbert tot behoiff der tafelen des Heijligen Geests voirss. den brieff ende 't gehaut dess broeffs
voirss. jair ende dach als recht is tegen alle die gene die ten recht komen willen, ende alle
voirplicht aff te doen vanden selven. Voirt hebben Arnt ende Johan kijnder Johans Meijers
ende Jutte dochter Johans Meijers voirss. mit hoeren gecoren momber vertegen op den brieff ende
't gehaut dess brieffs voirss. tot behoiff der tafelen des Heijligen Geests voirss. erffelicke te
besitten ende se geloiffden oick van hoerre wegen alle voirplicht aff te doen vanden selven.
Voirt hebben Michiell die Meijer ende Heijnrick Pan geloifft dat Wilhem vander Moelen soen
Johans die Meijer voirss. tot sijnre mundigen dagen vertijen sall op den brieff ende 't gehaut
dess brieffs voirss. tot behoeff der tafelen des Heiligen Geests voirss. erffelicke te be-
sitten ende geloven mede alle voirplicht van sijnre wegen aff te doen van den selven. In
orkonde onser litteren. Gegeven inden jair onss Heren dusent vierhondert soeven
ende tsoeventich op den Heijligen jairsavont.
op den Heyligen jairsavont = 1-Jan.
scan 144-2
Transfix.
Hangt aan: 25-11-1470
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.088v)
22-07-1478. Johan van Brakell Dirksz en Remboud Baers schepenen in Zuilichem, 1478.
"vijff Rijnsche g. jaerl. xx witte st. voerden g. vel pagamentum equivalens gelooft bij Jan van Brakell voer sijn uutgegeven goet to lossen to lossen ( soe schijnt in transfix oft .....ers, den brieff daer so verseth ) mit LX Rijnsche gl. den Rijnsche gl. voer XXXVI st. ende een vuyrijser voer III st. ende soe alle paijment daer nae gedateert 1478 op S. Magdalenen dach"
Met een kruisje ervoor als teken dat deze akte vernietigd is.

Toegevoegde info gevonden in ORA Zuilichem, inv. 670, f. 8v.
Transfix.
Aanhangend: 1500
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Archieven Neerijnen)
13-07-1479. 1479 juli 13 (op sente Margrietendach)
Schepenen van Zuilichem, Gerit van Laar en Baudewijn de Poirter Goossenszn, oorkonden, dat Aleid Goerts verkocht heeft aan Dirk Hermanszn voor 10 pond: 1/4 deel viswater in Niewaal
Kopie in Groot Cartuiarium (inventarisnr 120) pagina 174
archief 239 Kloosters Mariënkroon en Mariëndonk in Heusden, 1245 - 1631
regest 1322
een scan is beschikbaar op de bhic website:
http://www.bhic.nl/integrated?mivast=235&mizig=210&miadt=235&miaet=1&micode=239&minr=843571&miview=inv2
Bron: Overigen, inv. 120-174
07-02-1482. dat Baudewijn Janssoin beloofd heeft aan jonkvrouw Gielis, weduwe van Arnt die Kock van Oppynen, een erfcijns van 3 filippusschild uit een huis en hofstad met toebehoren in Zuilichem.
regest nr .462
Transfix.
Hangt aan: 17-02-1530
Aanhangend: 09-11-1486
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 272
08-07-1482.
Voor Gijsbert van Braekel en Baudewijn die Pauter? Goissens schepenen te Zuilichem comp. Walraven Pieck ridder Hr. tot Wolfsweerd, Ott Pieck van Ackoij gebroeders en joffer Adriaen met haren gecoren momber die wettige wijf was Goerts van Erpe dragen op aan 't Clooster van S. Sophie voorn. alle erffenisse in Aelst die haer aenbestorven of aenbesterven zoude van haere suster joffr. Aleijt Pieck wed. Hr. Arnts van Herlaer ridder.
8-7-1482.
Baudewijn die Pauter[?] zal moeten zijn Baudewijn die Poirter
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Van Randwijck en Huis Rossum)
1483.
Voor Boudewijn die Poirter Goossensz en Goessen Aelbertsz schepen in Zuijlichem ... en is Arijen die Kock Jansz rentmeijster van Hr. Gherit van Sevenbergen, 1483.
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Van Randwijck en Huis Rossum)
1483.
Goessen Aelbertsz (als boven) en Hubert van Witsselenburch, schepenen in Zuijlichem, 1483.
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Van Randwijck en Huis Rossum)
18-03-1483. schepenen Arnt die Kock van Delwijnen die Jongh en Goessen Aelberss.
bovenschrift: Bruechem
marge: die helft van XIII hont, 1483

Wij Arnt die Kock van Delwijnen die Jongh ende Goessen Aelberss. scepen in Zulichem
tugen dat voir ons komen is Jan Goessenssoen ende heefft vercofft ende opgedragen voir tien
pont gever penningen die hij gieden dat hem betailt sijn die helfft van dertien hont lants
inden gerecht van Bruechem gelegen tusschen Jacop die Verwer aen die een sijde gelegen
ende die gemeyn stege aen die ander sijde streckende mitten enen eynde op Jacop die Verwer
voirss. metten anderen eijnde op die gemeijn straet sonder thijns ende sonder dijck uutgenomen
gemeijnen dijck Arnt van der Maze Heijlich Geest meijster inder tijt der tafelen des Heilige
Geests tot Boemell tot behoeff der tafelen des Heijlige Geests voirss. in eenen eijgendom erffe-
lick te besitten. Ende Jan Goesenss. voirss. verteech op die helfft des lants voirss. ende geloeffde
dair op doen te verthijen alle die gene die daer mit recht op vertijen sullen. Ende geloeffde oick
oick te waren mit ware wairschappe Arnt vander Maze als een Heijlige Geestmeijster inder
tijt der tafelen des Heilige Geests tot Boemell tot behoeff der tafelen des Heilige Geests
voirss. die helfft des lants voirss. jair ende dach als recht is tegen allen die genen die
ten recht komen willen. Ende alle voirplicht aff te doen vanden selven. In orkonden onser
litteren. Gegeven int jair ons Heren dusent vierhondert drie ende tachtentich des
dinxdachs nae den Heiligen Sonnendach alsmen inder kercken singt Judica me deus.
des dinxdachs nae den Heiligen Sonnendach alsmen inder kercken singt Judica ... deus (16-Maart) = 18-Maart
scan 145-1
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.089)
10-08-1484. 1484 augustus 10 (op santte Laurensdach)
Schepenen van Zuilichem oorkonden, dat Dirk Hermanszn aan Herman Janszn, voor convent Mariëndonk verkocht heeft voor 10 pond: 1 morgen land onder Niewaal op Broekhoevel
Met schepenzegels Jan Aalbertszn en Hubert van Witsselenborch
Kopie in groot cartularium (inventarisnr 120) pagina 174
archief 239 Kloosters Mariënkroon en Mariëndonk in Heusden, 1245 - 1631
regest 1425
een scan is beschikbaar op de bhic website:
http://www.bhic.nl/integrated?mivast=235&mizig=210&miadt=235&miaet=1&micode=239&minr=843912&miview=inv2
en een scan van de copie in het cartularium hier:
http://www.bhic.nl/integrated?mivast=235&mizig=210&miadt=235&miaet=1&micode=239&minr=843571&miview=inv2
Bron: Overigen, inv. 444
28-02-1486. 1486-02-28. Schepenen van Zuilichem oorkonden dat Jan de Rijck als man van jonkvrouw Elizabet, dochter van wijlen Floris Pieck, afstand gedaan heeft aan Jan van Heusden ten behoeve van prior en convent van het kartuizerklooster buiten 's-Hertogenbosch van alle aanspraken die zij kon laten gelden op de goederen van Alijt Pieck wegens haar overleden man heer Arnt van Heerlaer, ridder, in verband met huwelijkvoorwaarden.
regest nr. 486
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 135
21-03-1486. schepenen Adriaen die Kock Janssoen en Jan die Rijck
bovenschrift: Bruechem
marge: 1486

Transfixa Supra predicta

Wij Adriaen die Kock Janssoen ende Jan die Rijck scepen in Zulichem tugen dat voir ons
komen is Arnt van der Maze Artsoen van der Maze die audste ende heefft vercofft ende opge-
dragen voir hondert pont gever pennyngen die hij gieden dat hem betailt sijn desen brieff
daer desen tegenwoirdigen brieff doirsteken is ende alle 't gehaut des brieffs als daer in
gescreven steet Here Aelbert Posthauwer priester inder tijt Heylich Gheestmeyster der
tafelen des Heylige Gheests van Boemell tot behoiff der tafelen des Heiligen Geests voirss.
in enen eygendom erffelicken te besitten. Ende Arnt van der Maze voirss. verteech opten brieff ende
op 't gehaut des brieffs voirss. ende geloeffden dair op doen te vertijen alle die gene die dair
mit recht op vertijen sullen. Ende geloeffden oick te waren mit volre wairschappen Here Aelbert
Posthauwer priester als Heijlige Geestmeijster der tafelen des Heijlige Geests voirss. tot behoiff
der tafelen des Heijlige Geests voirss. desen brieff ende alle 't gehaut des brieffs voirss. jaer
ende dach als recht is tegen allen den genen die ten recht comen willen. Ende alle voirplicht
aff te doen vanden selven. In orkonden onser litteren. Gegeven int jaer ons Heren dusent
vierhondert sess ende tachtentich opten dinxdach nae den Heiligen Palmdach.
opten dinxdach nae den Heiligen Palmdach. (19-Maart) = 21-Maart
scan 142-3
Transfix.
Hangt aan: 15-05-1468
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.087v)
09-11-1486. dat jonkvrouw Gielis van Heerlaer, weduwe van Arnt die Cock van Opynen, verkocht heeft aan Ghisbert die Groet ten behoeve van prior en convent van de kartuizers buiten 's-Hertogenbosch de akte waaraan deze akte bevestigd is.
regest nr. 490
Transfix.
Hangt aan: 07-02-1482
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 272
01-01-1487. 1487 april 1 (opten sonnendach, als men in der kercken singt Judica me Deus)
Schepenen van Zuilichem, Jan de Rijk en Roloef de Sterk, oorkonden, dat Willem Gerits voor 10 pond verkocht heeft aan Jan Maaszn, voor Mariëndonk: 1/2 morgen De Hoef in Nieuwaal, waarna Jan deze weer aan hem heeft overgedragen voor erfcijns van 1 rijnsgulden
Kopie in groot cartularium (inventarisnr 120) pagina 174
archief 239 Kloosters Mariënkroon en Mariëndonk in Heusden, 1245 - 1631
regest 1464
een scan is beschikbaar op de bhic website:
http://www.bhic.nl/integrated?mivast=235&mizig=210&miadt=235&miaet=1&micode=239&minr=843571&miview=inv2
Bron: Overigen, inv. 120-174
24-01-1487. dat Dirick Hermanssoen verkocht heeft aan broeder Cyriaeck, procurator van de kartuizers van Vught, ten behoeve van prior en convent een huis en hofstad in Nieuwaal buitendijks, grenzend aan land van de kartuizers van Vught, waarna broeder Cyriaeck dit in erfcijns teruggaf aan Dirick voor 2 rijnsgulden.
regest nr. 491
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 273
13-01-1488. schepenen Sander van Tuijll en Aernt Reijntboutssoen.
Lambert vann Steenbeeck verkoopt een tijns aan Jan Henricksoen.
marge: Sander van Tuill XXV smaele hoenre. Item ene dach maeth

Wij Sander van Tuijll ende Aernt Reijnt-
boutssoen scepen inn Zulichem tugenn dat
voir ons comenn is Lambert vann Steenbeeck
hefft vercofft end opghedragenn voir tienn
pont gever pennyngenn die hij ghiedenn dat
hem betaelt sijnn vijff end tweintich tijns
hoenre end een dachmaet die hij hefft uuyt
huyss ende hoffstat toe behoerende Jan Gie-
lessoenn indenn gericht vann Brakell
gelegen in die vlegelstraet tusschenn Gerit
Dirick Ballincksoenn boven gelegenn an die
een ziede ende Aernt Vranckenn an die ander
ziede welck tins hoenre menn jaerlix scul-
dich te betaelenn is op Sunte Lambers dach
ewelickenn Jan Henricksoenn in enen eij-
gendom erfflickenn tho besittenn. Ende Lam-
bert vann Rieckbeeck (1) voirss. verteech op desse
thins hoenre ende dachmaet voirss. ende ge-
loeffdenn daer op doen allenn die gene die
dair mit recht op vertienn sullen. Ende
geloeffde oeck te warenn Jan Heinricksoenn
voyrss. desse thins hoenre end dachmaet voirss.
jaer ende dach alst recht is tegenn allenn
dye ghene dye tenn recht comen wyllenn
uit huiss ende hoffstat voirss. jaer ende dach als
recht is. Ende mede alle voirplicht aff
te doenn vann denn selvenn. In oer-
konde onser literenn gegevenn int jaer
ons Herenn duysent vierhondert acht
ende tachtentich op Sunte Ponciaens-
avont.
(1) hier staat duidelijk Rieckbeeck en niet Steenbeeck zoals boven in de akte

St. Pontiaansdag is 14 januari, dus sint ponciaans avond is 13 januari
Bron: Familie Van Dam van Brakel, inv. 1211 (f.53v+54)
08-02-1488. schepenen Gherit van Laer en Roeloff die Sterck Arentss
bovenschrift: scan 126: Kerkwijk
bovenschrift: scan 127: Delwijnen
marge: ...Ma ... VII hont
marge: 1488

Wij Gherit van Laer ende Roeloff die Sterck Arntss, scepen in Zulichem tugen dat voir ons komen
sijn Willem Kijnt Aernt Kijnt ende Bayen Kijnt, gebrueders, hebben vertegen op vijfftalve mergen
lants inen gerecht van Delwijnen gelegen die vorst geheyten tusschen Aernt die Kock van
delwijnen ende Adriaen van Balveren Wilms? gelegen. Noch op soeven hont lants inden voirss.
gericht gelegen die Riesment geheyten Wilms? tusschen Adriaen van Balveren voirss. aen beij-
de sijden gelegen tot behoeff der tafelen des Heylige Geests van Zautbomell erffelicke te besitten.
Ende geloeffden mede van hoerre wegen alle voirplicht aff te doen vanden selven. Ende hebben
mede geloefft dat Margerriet ende Lijsbet hoerre susteren offte hoere momberen diese te vermom-
beren heefft op dese erffenisse voirss. vertijen sullen voer scepen van Zulichem tot behoeff der
tafelen des Heylige Geests voirss. tot wat tijden dat die Heylige Geests meysters inder tijt der
tafelen des Heylige Geestsvoirss. dat sullen begeren ende gesynnen. Ende mede alsdan geloven sullen
van hoerre wegen alle voirplicht aff te doen vanden selven. Welcke vertichenisse ende geloeffte voirss.
heren Aelbert Posthauwer ende Jan Auwrijn als Heylige Geests meysters inder tijt der tafelen des
Heylige Geests voirss. tot behoeff der tafelen des Heylige Geests voirss. ontfangen hebben ende ge-
loefft is. Doe dit geschiet was here Aelbert posthauwer ende Jan Auwreijn als Heylige Geest
meysters inder tijt der tafelen des Heylige Geests voirss. in namen ende van wegen der tafelen
des Heylige Geestsvoirss. gaven weder over dit lant voirss. Willem Kynt voirss. in eenre huere
the besitten voor vijff rijnsche gulden genge ende geve, twyntisch witte stuivers current inder
tijt der betalingen voor elcken voirss. gulden off ander goet payment daer voir in gelijcken
weerden op Sunte Martijns dach inden wijnter naestcomende. Ende dair nae voirt alle jaren
ewelicken voor vijff rijnsche gulden als voirss. sijn off payment daer voir als voirss. is
jairlix altoes op Sunte Martijns dach inden wijnter den Heylige Geestmeysters inder
tijt der tafelen des Heylige Geests voirss. tot behoeff der tafelen des Heylige Geests voirss.boven
die huere des lants voirss. te betalen. Met woerwairden toe gedaen weer dat saick dat die
vijff rijnsche gulden voirss. alle jaer ewelicken voir onser Liever Vrouwen lichtmisse nae
elcken termijn der betalingen voirss. naestcomende nijet betaelt en weren soe sall Willem Kijnt
voirss. daer en t'eijnden vervallen wesen sonder eenich wederseggen Willem Kijntjs voirss. vander
hueren des lants voirss. ende van allen recht ende toegessen dat hij hedde aenden lande voirss.
tot behoeff der tafelen des Heylige Geests voirss. erffelicken te hebben ende te besitten. Ende hier
toe soe heefft Willem Kijnt voirss. geloefft dat hij alsdan den Heylige Geest voirss. noch nyemant
anders die dat lant voirss. alsdan huerde off cofftte in geenrewijs mit woerden noch mit
wercken moyenisse noch letsell doen en sall, noch nimmermeer nae den lande voirss. talen
en sall. Voirt aen eest voirwairde dat Willem Kijnt voirss. dit lant voirss. bewaren sall
van allen onraet alde ende nije die daer enichsins op komen mach off op gest sall mogen en
worden sonder kommen offte schade des Heylige Geestsvoirss. ende sonder yet dair aff te corten.
Oick eest voirwairde dat alsulcken thijns brieff van vier goude rijnsche gulden als die
Heylige Geest voirss. heefft uyten lande voirss. wesen ende blijven sall in alingen sijnre werden
ende machten. Noch eest voirwaerde weert dat saicke dat Willem Kijnt voirss. jaerlix nyet en
betaelden als voirss. steet alsoe dat hij vander hueren ende van allen recht ende toeseggen dat
hij hedde totten lande voirss. vervallen was, soe sullen die ander twee gebrueders voirss. off
enich van hen beyden mogen comen voir den paesdach nae onser Vrouwen dach purificationis
naestvolgende als Willem haer brueder voirss. vervallen wes als voirss. steet, ende betalen aen
handen der Heyliger Gheests meysters alsdan inder tijt wesende der vijff rijnsche gulden
voirss.die onbetailt bleven weren, ende halden dit lant voirss. alsdan voert in hueren off sij wolden
in alre manyeren ende condicien als Willem haer brueder voirss. dat in hueren hadde mit alsoe
dat sij alsdan offte een van hem beyden voir scepen van Zulichem dit lant voirss. in hueren
ontfangen sullen ende mede geloven sullen. In formen manyeren ende condicienals Willem Kijnt hoere
broeder voirss. geloefft heefft sonder argelist. In oirkonden onser litteren. Gegeven int jair ons
Heren dusent vierhondert acht ende tachtentich opten vrijdach nae Sunte Agathen dach.
vrijdach nae Sunte Agathen dach (5 febr) = 8 febr.
scan 126-1
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.078v)
26-07-1488. dat Arnt Dirck Sceynerssoin beloofd heeft aan broeder Cyriaeck, procurator van de kartuizers buiten 's-Hertogenbosch, 4 witte stuiver erfcijns uit 12 roeden dijk in Zuilichem boven Den Hollansschen Dijck.
regest nr. 502
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 275
06-12-1490. schepenen te Zuilichem Aernt die Cock van Delwijnen en Adriaen die Cock Jansz.
Ghijsbert Jansz. belooft aan heer Huyman uuten Weerdt, priester, als rentmeester van het Fredrick Moliaerts Gasthuis aan het kerkhof in Zaltbommel een tijns uit land te Aalst.
Wij Aernt die Cock van Delwijnen en Adriaen die
Cock Jansz. scepenen in Zulichum tugen dat Ghijsbert Jansz.
heeft gelooft heer Huyman uuten Weerdt priester rent-
meester inder tijt wesende van eens gasthuys heren Fredrick
Moliaerts gasthuys geheijten inder stadt van Saltboemell
gelegen aenden kerchoff tussen Aleijt Weren oostwaert
gelegen aen die een sijde ende Willem van Nieuwaell
aen die ander sijde westwaart tot behoeff des gasthuys voorss.
thijns dordalven gouwen overlansche rijnsche gulden guet
ende geve off ander goet payment daer voir in gelijker
weerden daer men tot tsertogen bosch in die wissel enen
gouden overlensche rijnsche gulden voor crijgen mach
alle jaer euwelicken op Sunte Nicolaus dach bisscop
den rentmeester inder tijt wesende des gasthuijs mesters
voirss. tot behoeff des gasthuys voirss. the betalen
ende the bueren uuth twee marghen lants inden gericht
van Aelst gelegen in die vijffhoeve tussen lant der
pastorien van Aelst ende erffg. Jans van Tiels aen die een
sijde en aen die ander sijde oick lant der pastorien voorss.
off tussen die ghene die ront allom naest gelegen mogen
zijn. Welck thijns voorss. wert dat sake dat hij alle jaer euwe-
licken opten voorss. termijn dach der betalinge nyeet betaelt
en weere, dan soe sall daer alle dage daer naestvolgende
eenen peene van eenen halven witten stuver genge ende
geve opten voirss. thijns wassen ende gaen. Welcken peen
te gader metten thijns voerss. die rentmeester indertijt wesende
des gasthuijs voirss. tot behoeff des gasthuys voirss. verha-
len mach wanneer dat hij's nyet langer en sall
willen beijden. Ende Gijsbert Janss. voirss. gelooffde heeren
Huygman rentmeester indertijt wesende dess gast-
huys voirss. tot behoeff des gasthuys voirss. the waren
met volre waerscappen den thijns voirss. uuth den lande
voirss. jair ende dach als recht is tegens alle die gheen
die then recht comen willen. In oirconde onser litteren.
Gegeven inden jaer ons Heeren duysent vierhondert ende
negentich opten sestendach inder maent van december.
bron: Gelders Archief,
Cartularium van het Gasthuis van Frederik Moliaert aan het Kerkhof te Zaltbommel, 1395-1566.
handschriftenverzameling, archiefblok 0508
inv. nr. 440
Bron: Overigen, inv. 440 (f.9v)
23-03-1492. Sander van Tuyll en Jan die Rijck, schepenen in Sulichem, oorkonden, dat Jan Reymbouts zoon heeft overgedragen aan meester Philips van Malssen, pastoor aldaar, een vierdedeel van een hoeve aldair, genaamd Quayer wijffs camp. Gegeven int jaer onss Heren dusent vierhondert twe ende tnegenttich opten drie ende twenttichsten dach in der maent van Mertt. Oorspr. (Inv. no. 78); de zegels der beide oorkonders zijn verloren.
Datering: 1492 Maart 23
regest 27
Bron: Heerlijkheid Zuilichem, inv. 78
11-01-1493. Henrick die Kock van Opynen en Vrederick Pieck, schepenen in Sulichem, oorkonden, dat Willem van Herwynen een deel van een hoeve aldaar overgedragen heeft aan meester Philips van Malssen, pastoor aldaar, waartoe Katerijn van Ophoeven borg blijft en Vrederick Pieck als tynsheer consent geeft, dat het verkochte deel bevrijd zal worden van tyns. Gegeven int jaer onss Heren dusent vierhondert drie ende tnegenttich opten yelfften dach in Januario. Oorspr. (Inv. no. 79); met een overblijfsel van het zegel van den eersten oorkonder in groene was; dat van den tweeden oorkonder is verloren.
Datering: 1493 Januari 11
regest 29
Bron: Heerlijkheid Zuilichem, inv. 79
11-08-1495. 1495 augustus 11 (des dinxdachs nae sancte Lourensdach)
Schepenen van Zuilichem oorkonden, dat Arnt van Wijk beloofd heeft aan Johan, prior Mariëndonk, dat hij hem geen hinder zal aandoen wegens bepaalde geschillen, die hij met klooster gehad heeft
Met schepenzegels Alaart van Welderen en Jan de Rijck
Gehecht aan akte van 1392 juli 6 (regestnr 195, gepasserd te De Werken)
archief 239 Kloosters Mariënkroon en Mariëndonk in Heusden, 1245 - 1631
regest 1571
een scan is beschikbaar op de bhic website:
http://www.bhic.nl/integrated?mivast=235&mizig=210&miadt=235&miaet=1&micode=239&minr=843990&miview=inv2
Bron: Overigen, inv. 522
21-02-1497. Eghen de Ghier en Adriaan Spierincks zoon, schepenen in Zuylinchem, oorkonden, dat Jan Aelberts zoon beloofd heeft aan heer Gherit Floris' zoon, priester aldaar, jaarlijks een tyns te zullen betalen uit een huis onder Nyewael. Gegeven int jair ons Heren dusent vierhondert seven ende tnegen. tich op sunte Peters avont apostoli ad cathedram. Oorspr. (Inv. no. 93); de zegels der beide oorkonders zijn verloren. Door dezen is gestoken de brief d.d. 1527 December 6 (Reg. no. 39).
Datering: 1497 Februari 21
regest 30
Transfix.
Aanhangend: 06-12-1527
Bron: Heerlijkheid Zuilichem, inv. 93
25-07-1498. Arnt Maurisz bekent schuldig te zijn aan heer Willem die Borchgreeff, kanonick te Hemert, 2 gouden koerforster overlensche rijnsche gulden (20 Philippus Borgoensche stuiver voor den gulden) jaarlijks te betalen op St. Peter, uit een geseet, gelegen in het gericht van Aelst. Ten overstaan van Jan Aelbertsz en .... de Ghier, schepenen te Sulichum, 1498 juli 25 (St. Jacobsdach). 1 charter
N.B. Op perkament, met het uithangende zegel in groen was van den tweeden schepen, het eerste is afgevallen.
Bron: Oud-archief gemeente en heerlijkheid Neder-Hemert 1, inv. 245
1500. Evert van Doern en Eghen de Gier Peterszoon schepenen te Zuiilichem getuijgen dat Gerrit Holl Gijsberts nom. ux. Mechteld dochter Claes Kock verkoopt, 1500 [of 1506 ?]
Met een kruisje ervoor als teken dat deze akte vernietigd is.
Transfix.
Hangt aan: 22-07-1478
Aanhangend: 1539
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Archieven Neerijnen)
1503. Adriaen van den Oever en Wolter Gijsberts schepenen in Zuilichem getuigen dat Johan Spiering van Well een goed verkogd aen Johan van Echteld.
Met een kruisje ervoor als teken dat deze akte vernietigd is.
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Archieven Neerijnen)
28-03-1503. Adriaen Spierincks zoon en Floris Gherits zoon, schepenen in Zuylinchem, oorkonden, dat Aleyt. weduwe van Dirck Wouters zoon, een morgen land aldaar, genaamd Sunte Wilboerts mergen, heeft overgedragen aan de kerkmeesters aldaar. Gegeven int jaer onss Heren dusent vijffhondert ende drie opten achttentweyntichsten dach in der maent van Meert. Oorspr. (Inv. no. 73); met het geschonden zegel van den tweeden oorkonder in groene was; dat van den eersten oorkonder is verloren.
Datering: 1503 Maart 28
regest 32
Bron: Heerlijkheid Zuilichem, inv. 73
25-05-1503. schepenen Alart van Welderen en Adriaen van den Oever
bovenschrift: Bruechem
marge: 1503, op die Hocscotten 1 mergen

Wij Alart van Welderen ende Adriaen van den Oever scepen in Zuylichem tugen dat voir
ons komen is Johan Aelbertss. ende heefft vercofft ende opgedragen voir veertich pont gever
penningen die hij giede dat hem betailt sijn enen mergen lants soe groot ende cleijn als die
mit recht gelegen is inden gericht van Bruechem op die Hocschotten tusschen der Heijli-
geesttafelen lant inder Stadt van Zaltboemell aen beijden sijden gelegen off soe wie mit
recht alomme naestlant gelegen sijn Here Aelbert Posthouwer priester als Heiligeestmeister
inder tijt der Heiligeesttafelen inder Stadt van Zaltboemell ende tot behoeff der Heiligeest
tafelen voirss. in enen eijgendom sonder thijns ende sonder dijck uutgenomen den gemeijnen
dijck dair mit recht toebehorende erfflijck te hebben ende te besitten. Ende Johan Aelbertss.
voirss. verteech op dit lant voirss. hij geloeffde dair op doen te vertijen alle die gene
die dair op mit recht verteijen sullen. Hij geloeffde oick te waren Here Aelbert Posthouwer
als Heiligeestmeijster voirss. ende tot behoeff der tafelen voirss. dit lant voirss. jaer ende dach
als recht is tegen alle die gene die ten recht komen willen. Ende alle voirplicht aff te
doen vanden selven sonder den gemeijnen dijck voirss. In alsulcker manieren ende mit alsulcken
voirwaerden toe gedaen als off saeck wes dat dit lant voirss. der Heiligeesttafelen voirss.
tot eeniger tijt mit eenigen rechten ontwijsst off affgewonnen werde ende dat dat nyet tot
en quame van wegen der Heiligeesttafelen voirss. dan soe geloeffde Johan Aelbertss. voirss.
den voirss. Here Aelbert Posthouwer tot behoiff der Heiligeesttafelen voirss. sess ende dertich
Rijnssche gulden current bynnen eenre maent naestvolgende den dach der ontwijsinge
off affwijnninge voirss. tot onsen lantrecht te betalen als voir 't gebreck der wairschappen
des lants voirss. In orkonde onser litteren. Gegeven int jair ons Heren dusent vijffhondert
ende drye des dynsdaechs nae ons Heren Hemelvaerts dach.
Hemelvaartsdag = 25 mei
scan 147-1
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.090)
19-03-1504. schepenen Evert van Doern en Alart van Welderen
bovenschrift: Kerckwijck
marge: op die boninge V hont, 1504

Wij Evert van Doern ende Alart van Welderen, scepen in Zuylichem, tugen dat voir ons komen
is Dirck Geelisse ende heefft vercofft ende opgedragen voir veertich pont gever penninge die hij gie-
de dat hem betailt sijn vijff hont lants gelegen inden gerecht van Kerckwijck op die boeninge
tusschen des Heiligen Geest lant bynnen der stadt van Zaltbomell aen beyden sijden gelegen
Here Aelbert Posthauwer priester als Heilige Geestmeister inder tijt der Heiligeest tafelen
inder stadt van Zaltbomell ende tot behoeff der Heiligeest tafelen voirss. in enen eygendom
sonder thijns ende sonder dijck uutgenomen den gemeijnen dijck dair mit recht toebehorende
erffelick te hebben ende te besitten. Ende Dirck Greliss. voirss. verteech op dit lant voirss. Hij ge-
loofde dair op doen te vertijen alle die gene die dair op mit recht vertijen sullen. Hij geloeff-
de oick te waren here Aelbert Posthauwer als Heiligeestmeister voirss. ende tot behoeff der
tafelen voirss. dit lant voirss. jair ende dach als recht is tegen alle die gene die ten recht
komen willen. Ende alle voirplicht aff te doen vanden selven sonder den dijck voirss. voirt soe
heefft Jan Bruijsten Aelbertss. soen vertegen op dit lant voirss. tot behoeff der Heiligen Geest ta-
felen voirss. ende hij geloeffde oick van sijnre wegen alle voirplicht aff te doen vanden selven.
Ende dit verteech ende dese geloeffte voirss. heefft oick ontfangen here Aelbert Posthauwer voirss.
tot behoeff der selver tafelen voirss. In alre manieren gelijck daer aff voirss. steet. In oir-
konde onser litteren. Gegeven int jaer ons Heren Dusent vijffhondert ende vier des dyns-
daechs na den sonnendach alsmen singt inder kercken letare.
dynsdaechs na letare (=17 maart) = 19 maart
scan 120-3
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.075v)
19-03-1504. schepenen Evert van Doern en Alart van Welderen
bovenschrift: Kerckwijck
marge: op die boeninge vier hont, 1504

Wij Evert van Doern ende Alart van Welderen scepen in Zulichem tugen dat voir
ons komen is Hilliken naegelaten wedue Goessen Aelberss. mit oeren gecoren momber ende
heefft vercofft ende opgedragen voir tien pont gever penningen die zij giede dat haer betailt
sijn vier hont lants gelegen inden gericht van Kerckwijck op die bonijnge tusschen des
Heylichs Geest lant bynnen der stadt van Zaltboemell aen die een sijde, ende onser liever
vrouwen altairs lant inder kercken van Bruechem aen die ander sijde, Heren Aelbert
Posthauwer priester als Heyligeestmeyster inder tijt der Heyligeest tafelen bynnen der
stadt van Zaltboemell voorss. ende tot behoeff der selver tafelen voirss. in eenen eygendom
sonder thijns ende mitten gemeijnen dijck die daer mit recht toebehoirt erffelick te besitten
hebben ende te besitten. Ende Hilliken mit oeren gecoren momber voirss. verteech op dit lant voirss.
Zij geloeffde dair op doen te vertijen alle die gene die daer op mit recht vertijen sullen.
Zij geloeffde oick te waren here Aelbert Posthauwer als Heiligeestmeister voirss. ende tot
behoeff der tafelen voirss. dit lant voirss. jaer ende dach als recht is tegen alle die gene
die ten recht komen willen. Ende alle voirplicht aff te doen vanden selven. Voirt soe heefft
Huygman Tengnagell als momber sijns wijffs Ariens dochter Goessen Aelbertss. voirss. verte-
gen op dit lant voirss. tot behoeff der tafelen voirss. ende hij geloeffde oick van sijnre wegen
alle voirplicht aff te doen vanden selven voirt soe heefft noch Hilleken mit oeren gecoren
momber voirss. geloefft here Aelbert voirss. als dat alle hoer andere kijnderen oick verteegen sul-
len op dit lant voirss. tot wat tijden dat die Heijligeestmeesters inder tijt dat van hem
ges?in?t ende dat zij alsdan oick geloven sullen van hoerre wegen alle voirplicht aff te doen
vanden selven. Voirt soe heefft oick Jan Bruijsten Aelbertss. vertegen op dit lant voirss. tot
behoeff der Heijligeesttafelen voirss. ende hij geloeffde oick van zijnre wegen alle voirplicht
aff te doen vanden selven. Ende alle die verteech ende geloefften voirss. heefft oick ontfangen here
Aelbert Posthouwer voirss. tot behoeff der Heijligeesttafelen voirss. in alre manijeren gelijck
als daer aff voirss. steet. In oirkonde onser litteren. Gegeven int jaer ons Heren dusent
vijffhondert ende vier die dynsdaechs na den sonnendach alsmen singt inder kercken letare.
dynsdaechs na letare (=17 maart) = 19 maart
scan 121-1
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.076)
17-09-1505. Voor Alart van Welderen en Adriaen de Cock van Delwijnen Arntsz schepenen van Zuilichem ... Zo geeft Arnt de Cock van Delwijnen Adriaen Dulsz vader van voorn. Adriaen voor zijn .... 10 morgen onder Delwijnen uit aen Adriaen Dulss.
1505 Lambertsdag episcop.
[hier is in gekrast, lastig leesbaar]
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Van Randwijck en Huis Rossum)
15-05-1506. Schepenen: Alaert van Welderen en Goossen vanden Oever
Copije van scepenen brieff

Wij Alaert van Welderen ende Goossen vanden Oever scepen in Zulichem tuijgen dat voer ons comen is Aecht naegelaete weduwe Ghijsberts Jansz mit oeren gecoren momber ende heeft gegeven gemaect ende opgedragen vuijth oeren vrije moetwillen een hoffstadt mit allen oeren timmeringe potinge ende toebehoeren gelegen inden gericht van Aelst tusschen lant Thonis Ghijsbertsz noortw. ende Emmiken Reinouts erfg. zuijtw., streckende westw. neffen den Koeweerdt ende mitten anderen eijnde oostwaert op beloecken off wie alomme daer mit recht naestlantgelegen sijn, Jan Ghijsbertsz, Katelijn Ghijsberts, Lijs Ghijsberts ende Arien Ghijsberts wittige kijnders Aecht weduwe voerscr. nae doode Aecht voorsz. erfelick te besitten, Ende Aecht weduwe mit oeren gecoren momber voersz. verteech op dit guet voersz. ende geloofde daer op doen te verthijen allen die ghenren die daer mit recht op verthijen sullen ende geloofden oock te waren Jan Ghijsbertsz, Katelijn Ghijsberts, Lijs Ghijsberts ende Arien Ghijsbertsz voersz. jaer ende dach als recht is tegen allen die genen die ten recht comen willen ende alle voerplicht af te doen vanden selven In oerconde onser letteren gegeven int jaer ons heren dusent vijfhondert ende ses den vijftienden dach in meie
Ende was mit twee uuthangende segelen van groene wasse besegelt.

Accordeert de verbo ad verbum mitten principale scepenenbrieff besegelt als voor berustende onder Jan Hanricksz van Teeffelen inwoonder tot Aelst die versocht heeft tot memorie ende alle seeckerheijt den brief vsz. ten signate registreert to worden T’oerconde deses omscr. den 23 septembris 1612.
E d Bije
Bron: ORA Zuilichem, inv. 670, f. 206v
Bron: Overigen
24-08-1506. schepenen Alaert van Welderen en Arnt van den Oever
bovenschrift: Bruechem
marge: 1506

Transfixa Supra predicta

Wij Alaert van Welderen ende Arnt van den Oever scepen in Zuylichem tugen dat voir ons
komen is Claes Evert Spierinckss. soen ende heefft vercofft ende opgedragen voir hondert pont
gever penningen die hij giede dat hem betailt sijn den brieff daer desen tegenwoirdigen brieff
doirsteken is ende alle 't gehaut des brieffs als daer in gescreven steet Here Aelbert Posthauwer
priester ende Canonick der kercken van Zaltboemell als Heilige Geestmeyster der tafelen van
den Heyligen Geest der stadt van Zaltboemell ende tot behoeff der Heilige Geest tafelen voirss.
erffelick te besitten. Ende Claes Evert Spierinckss. soen voirss. verteech op den brieff ende op 't ge-
haut des brieffs voirss. Hij geloeffden dair op doen te vertijen alle die gene die van sijnre
wegen dair op mit recht vertijen sullen. Hij geloeffden oick te waren van zijnre wegen Here
Aelbert Posthauwer priester voirss. tot behoeff der Heijlige Geest tafelen voirss. 't gehaut des
brieffs voirss. jaer ende dach als recht is tegen alle die gene die ten recht comen willen.
Ende van sijnre wegen alle voirplicht aff te doen vanden selven. Voirt soe heefft Jan Claess.
als momber sijn wijffs Belijen wittige dochter Evert Spierinckss. oick vertegen op den
brieff ende op 't gehaut des brieffs voirss. ende heefft oick geloefft van sijnen wegen
alle voirplicht aff te doen vanden selven. In orkonde onser litteren. Gegeven int jaer
ons Heren dusent vijffhondert ende ses op Sunte Bartholomeus dach apostels.
op Sunte Bartholomeus dach apostels. = 24-Aug.
scan 143-2
Transfix.
Hangt aan: 10-08-1454
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.088)
24-08-1506. schepenen Alart van Welderen en Arnt van den Oever
bovenschrift: Bruechem
marge: 1506

Transfixa Supra predicta

Wij Alart van Welderen ende Arnt van den Oever scepen in Zuylichem tugen dat voir ons comen
is Claes Everrt Spierinckss soen ende heefft vercofft ende opgedragen voir hondert pont gever
penningen die hij gieden dat hem betailt sijn den brieff daer desen tegenwoirdigen brieff
doirsteken is ende alle 't gehaut des brieffs als daer in gescreven steet Here Aelbert Post-
hauwer priester ende Canonick der kercken van Zaltboemell als een Heilige Geest meyster
der tafelen vanden Heijligen Geest der stadt Zaltboemell ende tot behoeff der Heijlige
Geest tafelen voirss. erffelick te besitten. Ende Claes Everrt Spierincjss. soen voirss. verteech op
den brieff ende op 't gehaut des brieffs voirss., hij geloeffden dair op doen te vertijen alle die
gene die van sijnre wegen dair op mit recht vertijen sullen. Hij geloeffden oick te waren Here
Aelbert Posthauwer priester voirss. tot behoeff der Heijlige Geest tafelen voirss. den brieff
ende 't gehaut des brieffs voirss. van sijnre wegen jair ende dach als recht is tegen alle die
gene die ten recht komen willen. Ende van sijnre wegen alle voirplicht aff te doen van den
selven. Voirt soe heefft Jan Claessz. als momber Belijen sijns wijffs wittge dochter Evert
Spierinckss. voirss. oick vertegen op den brieff ende op 't gehaut des brieffs voirss. ende heefft
oick geloefft van sijnen wegen alle voirplicht aff te doen vanden selven. In orkonde onser
litteren. Gegeven int jair ons Heren dusent vijffhondert ende sess op Sunte Bartho-
lomeus dach apostels
Sunte Bartholomeus dach apostels = 24-Aug.
scan 146-1
Transfix.
Hangt aan: 29-09-1444
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.089v)
24-08-1506. schepenen Alart van Welderen en Arnt van den Oever
bovenschrift: Bruechem
marge: 1506, een hoffstat mit allen oeren toebehoeren etc.

Wij Alart van Welderen ende Arnt van den Oever scepen in Zuylichem tugen dat voir ons
komen is Claes Evertt Spierinckss soen ende heefft vercofft ende opgedragen voir vijfftich pont
gever penningen die hij giede dat hem betailt sijn een hoffstat mit alle oeren gerechtichheit
tymmeringe potinge ende toebehoren gelegen int gericht van Bruechem tusschen die gemeijn
straet aen die een sijde ende een ander hoffstat daer die voirgenoemde Everit Spierinckss bij tijde
sijns levens op plach te wonen aen die ander sijde, streckende mit den enen eijnde op Jan
Haelbertss. lant ende mit den anderen eijnde op die gemeijnt off wie dair all om naest ge-
legen sijn Here Aelbert Posthauwer priester ende canonick der kercken van Zaltboemell
als een Heijlige Geestmeyster inder tijt bynnen der stadt van Zaltboemell ende tot
behoeff der Heijlige Geest tafelen voirss. in enen eijgendom mit dijck die daer mit recht
toebehoirt ende sonder thijns erffelick te besitten uijtgenomen alsulcken thijns als die Heij-
lige Geest tafell voirss. dair mit recht uijt heefft. Ende Claes Everits Spierinckss. soen
voirss. verteech op dese hoffstat mit allen oeren tymmeringe potinge ende toebehoren voirss.
hij geloeffden dair op doen te vertijen alle die gene die dair op mit recht vertijen sullen
hij geloeffden oick te waren Here Aelbert Posthauwer priester voirss. tot behoeff des
Heijlige Geest tafel voirss. dese hoffstat mit alle oeren gerechticheit tymmeringe potinge
ende toebehoren voirss. jaar ende dach als recht is tegen alle die gene die ten recht komen
willen ende alle voirplicht aff te doen vanden selven. Voirt soe heefft Jan Claess. als mom-
ber sijns wijffs Belij wittige dochter Everit Spierinckss. voirss. vertegen op dese ver-
coffte hoffstat mit allen oeren gerechticheit potinge ende toebehoren voirss. tot behoeff
der Heijlige Geest Tafelen voirss. ende hij geloeffden oick van sijnen wegen alle voirplicht
aff te doen vanden selven. In orkonde onser litteren. Gegeven int jair ons Heren dusent
vijffhondert ende sess op Sunte Bartholomeus dach apostels.
Sunte Bartholomeus dach apostels = 24-Aug.
scan 146-2
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.089v)
02-06-1507. Adriaen die Cock van Delwynen Arnts zoon en Jan Aelberts zoon, schepenen in Zuylichem, oorkonden, dat Jan Peters zoon wettig eigenaar is van een stuk land onder Zuylichem, dat hij van den kerkmeester aldaar gekocht heeft. Gegeven int jair ons Heren duysent vijfhondert ende seven op den anderen dach van der maent, geheiten Junius. Oorspr. (Inv. no. 74); met het geschonden zegel van den eersten oorkonder in groene was; dat van den tweeden oorkonder is verloren. Door dezen is gestoken de brief d.d. 1507 Juni 3 (Reg. no. 34).
Datering: 1507 Juni 2
regest 33
Transfix.
Aanhangend: 03-06-1507
Bron: Heerlijkheid Zuilichem, inv. 74
03-06-1507. Adriaen die Cock van Delwynen Arnts zoon en Jan Aelberts zoon, schepenen in Zuylichem, oorkonden, dat Jan Peters zoon overgedragen heeft aan den kerkmeester aldaar het land, bedoeld in den brief d.d. 1507 Juni 2 (Reg. no. 33), waardoor deze is gestoken. Gegeven int jair ons Heren duysent vijfhondert ende seven op den derden
dac van Junio. Oorspr. (Inv. no. 74); de zegels der beide oorkonders zijn verloren.
Datering: 1507 Juni 3
regest 34
Transfix.
Hangt aan: 02-06-1507
Bron: Heerlijkheid Zuilichem, inv. 74
18-05-1508. schepenen Adriaen die Kock van Delwijnen Arntss. en Johan Aelbertss.
bovenschrift: Delwijnen
marge: ...vens ... gouden ...erft ... lden

Wij Adriaen die Kock van Delwijnen Arntss. ende Johan Aelbertss. scepen in Zulichem tugen dat
voir ons komen sijn Jan van Scijndell ende Anthonis Jans van Scijndell voirss. soen ende hebben geloeft
Herman Arntss. thijns twee gouwen coervoerster gulden goet van gouwe ende gerecht van ge-
wicht op Sunte Baven dach naestcomende ende dair nae voirt alle jair twee gouwen coervorster
gulden als voirss. sijn erffelix thijns jairlix altoes op Sunte Baven dach den voirss. Herman
Arntss. ewelijcken te betalen ende te boeren uut alle den erffenisse ende guede die Jan van Scijndell
ende Anthonis Jans van Scijndels soen voirss. nu hebbe ende hier naemaels vercrigen mogen mit
recht eenichsins inder eninge van Zulichem gelegen. Welcken thijns voirss. off hij alle jair op
den voirss. termijn dach der betalinge nyet betaelt en wes soe sall dan daer op wassen ende gaen
alle weken daer naestvolgende een peen van enen alden boddreger geng ende geve, welcke peen
mit den thijns voirss. Herman Arntss. voirss. uut den erffenisse ende gueden voirss. verhalen
sall ende mach wanneer dat hij's niet langer en sall willen beyden. Ende Jan van Schijndell
ende Anthonis sijn soen voirss. geloeffden Herman Arntss. voirss. den thijns mit sijnen peen voirss.
ewelicken te waren uut alle oeren erffenisse ende guede voirss. tegen alle die gene die ten recht
komen willen. Noch sijnt voirwairden dat Herman Arntss. voirss. die voirscreven ende onbetaelden
thijns met sijnen peen altijt uut sall mogen panden als des heren verwonnen scout sonder pand-
wering. In oirkonde onser litteren. Gegeven int jaer ons Heren dusent vijffhondert ende
acht des donredages nae Sunte Servaes dach des Heyligen Biscops.
des donredages nae Sunte Servaes dach des Heyligen Biscops (13 mei) = 18 mei
scan 131-2
Transfix.
Aanhangend: 06-03-1532
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.081)
10-03-1509. Ghijsbert Wouterss en Arnt Mauriss, als kerckmeisters van Aelst, hebben de thijns van 4 gauwe overlenssche Rijnssche gulden, jaarlijks op St. Peter te voldoen, verkocht voor 100 pond aan heer Willem die Borchgreeff, priester en pastoor te Veen. Ten overstaan van Goesswijn van Aelst en Reynier van Tuijll, schepenen te Zuijlichem, 1509 maart 10; getransfigeerd aan de akte van 27 mei 1468. 1 charter
N.B. Op perkament, de zegels der schepenen ontbreken.
Transfix.
Hangt aan: 27-05-1468
Bron: Oud-archief gemeente en heerlijkheid Neder-Hemert 1, inv. 195
28-06-1509. dat voor hen en de gezworen rechter in de Bommelerwaard in het gerecht gekomen zijn de rentmeester van de kartuizers buiten 's-Hertogenbosch enerzijds en Ghijsbert van Oirde, Henrick Geritsoen, Jacop Airtssoen, Jacop Pelgrumssoen, Zweer Henrickssoen, de erfgenamen van Arien Henrickssoen en van Gerit Eijkenssoen anderzijds en vonnissen dat de genoemde naburen de smaltiende te Nieuwaal met uitzondering van het varken moeten betalen aan de kartuizers.
regest nr. 547
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 237
12-10-1509. schepenen Eghen de Ghier en Wouter Ghijsbertss
bovenschrift: Kerckwijck
marge: een hoffstadt van acht hont, 1509

Wij Eghen de Ghier ende Wouter Ghijsberss, scepen in Zuylichem tugen dat voir ons
komen sijn Adriaen die Cock van Delwijnen, Wolfairt van Swijvell als momber ende recht
man jonfrou Adriaens sijnre huysfrouwen geheiten Balveren, ende jonfrouwe Cristijn ge-
heeten Delwijnen met oeren gecoren momber, kynderen Aernts die Cock van Delwijnen saliger,
gedachten, ende hebben vercofft ende opgedragen voir hondert pont gever penninge die zij gieden dat
hem luden betailt sijn, een hofstat mit alle hoiren potinge, grient ende toebehoren, halden-
de omtrent acht hont lants geheiten Greenkens hofstat, gelegen inden gerecht van Kerck-
wick, tusschen Lijnken wedue Arien Willemss. aen d'een sijde ende Dirck Engbertss. aen
d'ander sijde, streckende mettenenen eijnde aen die gemeijn straet ende mitten anderen eijnde
op Huygman Tengnagell off wie dair alomme mit recht naestlant gelegen sijn heren
Aelbert Posthauwer priester ende Ghijsbert diegroet als Heijligeestmeijsters der Heij-
ligeestafelen der stadt van Zaltboemell ende tot behoeff der Heijligeesttafelen voirss.
in enen eijgendom sonder dijck ende sonder thijns erfflijck te hebben ende te besitten. Ende Adriaen
die Cock Wolfairt van Swijvell als momber ende man jonfrou Adriaens voirss., ende jonfrouwe
Cristijn mit oeren gecoren momber voirss. vertegen op dit goet voirss. Zij geloeffden dair op
doen te vertijen alle die gene die dair op mit recht vertijen sullen. Ende geloeffden oick te
waren mit volre wairschappe here Aelbert Posthouwer ende Ghijbert die Groet als Heijli-
geestmeijsters voirss. ende tot behoeff der tafelen voirss. dit goet voirss. jaer ende dach als recht
is tegen alle die gene die ten recht komen willen. Ende alle voirplicht aff te doen vanden selven.
In oirkonde onser litteren. Gegeven int jaer ons Heren dusent vijffhondert ende negen des
vrijdages nae Sunte Victoers dach.
des vrijdages nae Sunte Victoers dach.(10 okt.) = 12 okt.
scan 121-2
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.076)
12-10-1509. schepenen Egen die Ghier en Wouter Gijsbertss
bovenschrift: Delwijnen
marge: XI mergen

Wij Egen de Ghier ende Wouter Gijsbertss scepen in Zulichem tugen dat voir ons komen sijn
Adriaen die Kock van Delwijnen Wolfairt van Swijvell als momber ende echte man Jonfrou Adriaens
sijnre huijsfrouwen geheten Balveren ende Jonfrouwe Cristijn geheyten Delwijnen mit oeren gecoren
momber, kynderen Aents die Kock van Delwijnen saliger gedechten,ende hebben vercofft ende opgedra-
gen voir driehondert pont gever penningen die sij gieden dat hem luden betailt sijn ylleff mergen
lants in alsulcker groetten als die aldair mit recht gelegen sijn inden gericht van Delwijnen
tusschen Arien Janss. aen die een sijde nederwairt ende Adriaen die Kockvoirss. aen d'ander sijde
streckende mitten enen eijnde aen die gemeijn straet ende mitten anderen eijnde op die gemeijnen
straat aen den bangraeff off wie alomme mit recht naestlant gelegen sijn here Aelbert
Posthouwer priester ende Ghijsbert die Groot als Heyligeestmeisters der Heyligeesttafelen
der stadt van Zaltboemell ende tot behoeff der Heyligeesttafelen voirss. in enen eygendom sonder
thijns ende sonder dijck erfflijck te hebben ende te besitten uutgesceiden alsulcken thijns van twelff
gouden rijnsche gulden als die Heyligeesttafel voirss. jairlix mit recht heefft uut den landt
voirss.. Ende Adriaen die Kock Wolfairt van Swijvell als momber ende man joncfrouwe Adriaens
voirss. ende joncfrouwe Cristijn mit oeren gecoren momber voirss. vertegen op dit vercoffte lant
voirss. ende geloeffden daerop doen te vertijen alle die gene die dair op myt recht vertijen
sullen. Zij geloeffden oick te waren mit volre wairschappen here Aelbert Posthouwer ende
Ghijsbert die Groot als Heyligeestmeysters voirss. ende tot behoeff der tafe Heyligeesttafelen
voirss. dit vercoffte lant voirss. jaer ende dach als recht is tegen alle die gene die ten recht
komen willen, ende alle voirplicht aff te doen van allen den selven vercoffte landt voirss.
behalven ende uutgesceiden den thijns voirger?uect?. In oirkonde onser litteren. Gegeven int
jaer ons Heren dusent vijffhondert ende Negen des vrijdages nae Sunte Victoers dach.
des vrijdages nae Sunte Victoers dach. (10 okt) = 12 okt.
scan 127-1
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.079)
13-10-1509. schepenen Eghen de Ghier en Wouter Ghijsbertsse
bovenschrift: Delwijnen
marge: XI mergen, 1509

Wij Eghen de Ghier ende Wouter Ghijsbertsse, scepen in Zulichem tugen dat Adriaen die
Kock van Delwijnen heefft geloefft Here Aelbert Posthouwer, priester ende Ghijsbert die
Groot, als Heyligeestmeisters der Heyligeesttafelen der stadt van Zaltboemell ende tot
behoeff der Heyligeesttafelen voirss. achtien Hollanssche gulden elcken gulden voirss. gerekent
voir tweyntich hollansche stuivers als opten dach van huyden datum des brieffs gancber sijn of sunte
Peters dach ad cathedram naestcomende over een jaer, ende negen jair lang dair naistvolgende alle
jaer der negen jaren voirss. achtien Hollansche gulden als voirss. sijn, off payment daer voir als
voirss. is, jairlix op Sunte Peters dach ad cathedram den Heyligeestmeisteren inder tijt der
Heyligeesttafelen voirss. ende tot behoeff der selver tafelen voirss. te betalen tot onsen lantrecht
als vander hueren van ylleff mergen lants gelegen inden gerecht van Delwijnen tusschen Adriaen
Jansse aen die een sijde nederwairt ende Adriaen die Kock voirss. aen die ander sijde off wie daer all-
omme mit recht naestlant gelegen sijn. Voirt soe eest bevoirwairt als dat Adriaen die Kock voirss.
dese voirss. ylleff mergen lants altijt op Sunte Peters dach ad Cathedram vrijen ende lossen mach
mit driehondert ende tsestich hollansche gulden als voirss. sijn aen handen der Heyligeestmeisteren
inder tijt der tafelen voirss. te betalen. Off hij mach geven ende betalen aen handen der Heyligeestmeys-
teren voirss. op eenigen Sunte Peters dach ad Cathedram hondert ende tweyntich hollansche gulden
als voirss. sijn ende daer en t'eynden sullen alsdan gevrijt ende affgelost sijn sess hollansche gulden
vander sommen der huere voirss. Ende alsoe voirt een noch twee malen te mogen lossen die andere
twelff hollansche gulden der huere voirss. In alre formen ende manyeren als die voirss. los vanden
yersten ses hollansche gulden der huere voirss. voir gecuert ende gescreven steet. Allet sonder arge-
list. Noch sijnt voirwairde tot wat tijde dat Adriaen die Kock voirss. die voirss. driehondert
ende tsestich hollansche gulden voirss. off payment daer voir als voirss. steet altesamen betaelt sall
hebben aen handen der Heyligeestmeisteren inder tijt der tafelen voirss. Soe sullen alsdan die sel-
ve Heyligeestmeisters voirss. schuldich sijn te hantreycken ende te geven den voirss. Adriaen die Kock
alle alsulcke thijns brieve ende erffbrieve sprekende ende ruerende vanden ylleff mergen lants
voirss. ende van 's Heyligeests wegen tot behoeff Ariens Cocx voirss. vertijen ende van hoerre wegen
te geloven alle voirplicht aff te doen vanden selven. Voirt sijnt voirwairde eest saeck dat Arien
die Cock voirss. jairlix die som vander huere voirss. nyet en betaalt als dat hij den eenen ter-
mijn uut den anderen nyet en keert, so sall hij vervallen wesen vander lossen des lants voirss.
beheltelicken nochtant den Heyligeestmeisteren inder tijt der tafelen voirss. hoerre pachten
der huere voirss. met desen tegenwoirdigen brieff na vermogen ons lant rechts te mogen innen
ende wynnen. In oirkonde onser litteren. Gegeven int jaer ons Heren dusent vijfhondert ende
negen des saterdages nae Sunte Victoers dach.
des saterdages nae Sunte Victoers dach (10 okt) = 13 okt.
scan 127-2
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.079)
28-11-1509. schepenen Evert van Doern en Wouter Ghijsbertss
bovenschrift: Bruechem
marge: 1509, Jacobi, een croen

Wij Evert van Doern ende Wouter Ghijsbertss scepen in Zulichem tugen dat voir ons komen is
Gielis Thijss. ende heefft geloefft Here Aelbert Posthouwer priester als een Heiligeestmeister der
Heyligeesttafelen inder stat van Zaltboemell ende tot behoeff der Heiligeesttafelen voirss. thijns
een gouwen croen alle jair ewelicken op Sunte Jacops dach apostels te betalen ende te heffen ende
te boeren uut een hoffstat mit alle oeren tymmeringe, potinge ende toebehoren ende voirt uut alle tymme-
ringe ende potinge die daer hiernaemaels noch op gepoet ende getym\mert mach worden gelegen inden
gericht van Bruechem tusschen Wessel van Ochten aen die een sijde oestwairt ende Gielis Thijss.
voirss. aen die andere sijde, streckende mitten enen eijnde op die gemeijn straet ende mitten anderen
eijnde op die wedue ende erffgenamen Goessen Aelbertss. off wie dair alomme mit recht naest gelegen
sijn. Welcken thijns voirss. off hij alle jair ewelicken opten termijn dach der betalinge voirss.
jairlix niet betailt en were, soe soude dair op dan wassen ende gaen alle weken dair naistvolgen-
de een pene van enen alden cleijken goet ende geve. Welcken peen tsamen mitten thijns voirss. die Hei-
ligeestmeisters inder tijt der Heiligeesttafelen voirss. tot behoiff der selver tafelen voirss. sullen
mogen verhalen uyten goede voirss. wanneer dat sij's niet langer en sullen willen beijden. Ende Gielis
Thijss. voirss. geloeffde Here Aelbert Posthouwer als Heijligeestmeister voirss. ende tot behoeff der
tafelen voirss. den thijns voirss. ewelicken te waren uyten guede voirss. tegen alle die gene die ten
recht komen willen. Mit voirwairde toe gedaen datmen voir die gouwen crone voirss. jairlix
nyet meer boeren en sall dan enen brabansche gulden nu ther tijt in brabant gancber wesende, voirt
eest voirwairde dat die Heijligeestmeisters inder tijt uut den goede voirss. genen thijns meer
manen en sullen dan den thijns voirss. In orkonde onser litteren. Gegeven int jaer ons Heeren
Dusent vijffhondert ende negen des woensdaechs nae Sunte Katherinen dach maget.
des woensdaechs nae Sunte Katherinen dach maget. (25 Nov.) = 28-Nov.
scan 140-3
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.086v)
1510.
Egen de Gier (3 oiseaux) & Adriaen Spierincx schepenen tot Zuilichem, 1510. inv. 1421 ?
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Van Randwijck en Huis Rossum)
18-04-1510. Everit van Doern en Eghen de Ghier, schepenen in Zuylinchem, oorkonden, dat de gezworen bode des hertogs in de Boemelreweert, namens de Heilige-Geestmeesters te Zuylichem, beslag gelegd heeft op een huis aldaar wegens het niet betalen van tyns, dat hij, na hiervan op 3 Zondagen in de kerk aldaar afkondiging te hebben gedaan, het laat verkoopen en dat Jan Ariens zoon het van de Heilige-Geestmeesters gekocht heeft. Gegeven int jaer ons Heren dusent vijffhondert ende tien opten achttiensten dach in der maent van Aprill. Oorspr. (Inv. no. 87);
de zegels der beide oorkonders zijn verloren. Door dezen is gestoken de brief d.d. 1510 April 19 (Reg. no. 37).
Datering: 1510 April 18
regest 35
Transfix.
Aanhangend: 18-04-1510
Bron: Heerlijkheid Zuilichem, inv. 87
18-04-1510. Everit van Doern en Eghen de Gier, schepenen in Zuylinchem, oorkonden, dat aan Jan Ariens zoon toekomen de rechten, voortvloeiende uit een voor den gezworen rechter van den hertog in Boemelrewert verleden brief, waarbij de Heilige-Geestmeesters te Zuylinchem hem een huis aldaar verkoopen. Gegeven int jaer ons Heren dusent vijffhondert ende tien opten achttiensten daeh in der maent van Aprill. Oorspr. (Inv. no. 87); de zegels der beide oorkonders zijn verloren. Door dezen is gestoken de brief d.d. 1510 April 20 (Reg. no. 38).
Datering: 1510 April 18
regest 36
Transfix.
Hangt aan: 18-04-1510
Aanhangend: 19-04-1510
Bron: Heerlijkheid Zuilichem, inv. 87
19-04-1510. Everit van Doern en Eghen de Gier, schepenen in Zuylinchem, oorkonden, dat Jan Ariens zoon overgedragen heeft aan de Heilige- Geestmeesters aldaar de rechten, voortvloeiende uit den brief d.d. 1510 April 18 (Reg. no. 35), waardoor deze is gestoken. Gegeven int jaer ons Heren dusent vijflhondert ende tien opten negentiensten dach der maent van Aprill. Oorspr. (Inv. no. 87); de zegels, der beide oorkonders zijn verloren.
Datering: 1510 April 19
regest 37
Transfix.
Hangt aan: 18-04-1510
Aanhangend: 20-04-1510
Bron: Heerlijkheid Zuilichem, inv. 87
20-04-1510. Everit van Doern en Eghen de Gier, schepenen in Zuylinchem, oorkonden, dat Jan Ariens zoon overgedragen heeft aan de Heilige- Geestmeesters aldaar de rechten, voortvloeiende uit den brief d.d. 1510 April 18 (Reg. no. 36), waardoor deze is gestoken. Gegeven int jaer ons Heren dusent vijffhondert ende tien opten tweyntichsten
dach der maent van Aprill. Oorspr. (Inv. no. 87); de zegels der beide oorkonders zijn verloren.
Datering: 1510 April 20
regest 38
Transfix.
Hangt aan: 19-04-1510
Bron: Heerlijkheid Zuilichem, inv. 87
10-02-1516. schepenen Alart van Welderen en Johan van Malsen
bovenschrift: Bruechem
marge: op die verchden, V hont, 1516

Wij Alart van Welderen ende Johan van Malsen scepenen in Zulichem tugen dat voir ons
komen is Aelbert van Nyewaell ende heefft vercofft ende opgedragen voir vijfftich pont
gever penningen die hij giede dat hem betaelt sijn vijff hont lants gelegen inden gericht
van Bruchem op die Verchden tusschen die Heijlige Geest van Zautboemell aen twee
sijden westwairt ende zuydwaert, streckende metten enen eijnde op die gemeijn stege ende
metten anderen eijnde langs die gemeijn straet oestwaert, off tusschen die genen die daer
alomme mit recht naestlant gelegen sijn Lambert Maesse in enen eijgendom sonder tijns
ende sonder dijck uytgescheijden gemeijnen dijck die daer mit recht toebehoirt erffelick
te besitten. Ende Aelbert van Nyewaell voirss. verteech op dese vijff hont lants voirss,
ende geloeffde dair op doen te vertijen allen die genen die daer mit recht op vertijen
sullen. Ende geloeffde oick te waren Lambert Maess. voirss. dese vijff hont lants voirss.
ten ewigen dagen als recht is tegen allen die genen die ten recht komen willen. Ende
alle voirplicht aff te doen vanden selven sonder den gemeijnen dijck voirss. in
oirkonde onser litteren. Gegeven int jair ons heren dusent vijffhondert sestien opten
tienden dach februarij.
scan 147-2
Transfix.
Aanhangend: 24-07-1526
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.090)
13-02-1516. schepenen te Zaltbommel Aelbertus de Nyewaell en Rodolphus Raet scabini
bovenschrift: Bruechem
marge: 1526

Waerbrieff supra predicta

Nos Aelbertus de Nyewaell et Rodolphus Raet scabini in Zautboemell protestamur quod ego
Aelbertus predictus promisi Lamberto Thome mercatori plenam warandiam facere super quinque
hont terre site in jurisdictione de Bruechem inter hereditatem mense sancti spiritus opidi de
Zautboemell ab uno latere versus occidentem et communem vicum ab alio latere versus orientem exten-
dente cum uno fine versus meridiem super hereditatem eiusdem predicte mense sancti spiritus et cum alio
fine versus aquilonem super communem vicum Quam terram predictam ego Aelbertus predictus vendidi Lam-
berto predicto prout in litteris scabinalibus de banca de Zuijlichem super hoc confectis plenius con-
tinetur Tali adiuncta condicione quod si unique in tempore futuro eidem Lamberto predicto terra ven-
dita predicta aliquo jure abiudicata fuerit et quod illa abiudicacio non proveneret ex parte Lamberti
predicti extunc et in illum eventum ego Aelbertus predictus promisi Lamberto predicto quinquaginta florenos
aureos dicti hertoch Philips gulden bonum et legalium infra dimidium annum proxime et immediate
sequente post diem abiudicacionis terre vendite predicte ad jus opidi nostri persolvendam Nostrarum
testimonio litterarum Anno domini millesimo quingentesino decimo sexto mensis februarij die decima-
tercia
Deze waarbrief van de Bank van Zaltbommel behoort bij een akte in de Bank van Zuilichem, gedateerd 25-07-1526.
Transfix.
Hangt aan: 24-07-1526
Aanhangend: 24-07-1526
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f. 090v / s. 148-2)
16-07-1520. schepenen Aerien? vanden Oever en Goessen vanden Oever
bovenschrift: Delwijnen
marge: IIII mergen, 1520

Wij Aerien? vanden Oever ende Goessen vanden Oever scepen in Zulichem tugen dat voir ons comen
sijn Aelbert de Kock ende Jan die Kock kijnderen ende erffgenamen Floris de Kock als voir hem selven
ende oick als volmechtich Here Aert de Kock priester oeren broeder ende hebben vercofft ende opgedragen
voir hondert pont gever penningen die sij gieden dat hem betailt sijn dordalven mergen lants gele-
gen inden gerecht van Delwijnen tusschen den gemeynen bansloet zuydtwaert ende erffgenamen
Elias de Kock aen die ander sijde. Noch anderhalven mergen lantz gelegen inden selven gerecht
voirss. tusschen erffgenamen Jans de Kock Arienss nederwairt ende Willem Airtss. aen die andere
sijde off tusschen den genen die dair alomme mit recht den lande voirss. naestlant gelegen sijn, here
Aelbert Posthouwer ende Ghijsbert die Groot als Heilige Geestmeysters der tafelen des Heiligen
Geest inder stadt van Zautboemell tot behoeff der tafelen des Heilige Geest voirss. in enen eygen-
dom sonder thijns ende sonder dijck uytgescheiden alsulcken dijck als gelegen is inden gericht
van Amerzoyen die daer mit recht toebehoirt erffelick te besitten. Ende Aelbert de Kock ende Jan
de Kock als voir hem selven voirss. ende als volmachtich voirss. vertegen op die landen voirss. ende
geloiffden dair op doen te vertijen allen die genen die daer mit recht op vertijen sullen. Ende zij
geloeffde oick te waren Here Aelbert Posthouwer ende Ghijsbert die Groot voirss. als Heilige
Geestmeisters voirss. tot behoeff der tafelen des Heilige Geest voirss. dese landen voirss. jaer
ende dach als recht is tegen allen die genen die ten recht komen willen. Ende alle voirplicht aff
te doen vanden selven uytgescheiden den dijck voirss. In oirkonde onser litteren. Gegeven int jair
ons Heren dusent vijffhondert ende tweyntich den sestienden dach in julio
scan 135-1
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.083)
07-01-1522.
Voor Reinier van Tuill en Cornelis Aertsz schepenen in Zuilichem comen Arnt die Cock Aendriaen Dulsz en joffer Dirk wettige wijf Arnts voorschr. dragen op 8 morgen lants in Delwijnen aen 't Cartusersconvent S. Sophie in Vucht. ten eeuwige dage. 7-1-1522.
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Van Randwijck en Huis Rossum)
08-02-1522.
Voor voorschr. schepenen Reinier van Tuill en Cornelis Aertsz comt Hr. Boudewijn van Cloetingen, procurator van S. Sophie convent en geeft de zogenoemde 8 morgen over in huer aen Arnt de Cock Dulsz en zijn echte wijf hun leven lang voor een goude rosenobel 's jaers. 8-1-1522
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Van Randwijck en Huis Rossum)
24-11-1524. Reinier van Tuill en Hubert Claesz schepenen in Zuilichem; 1524 en 1528 ['en 28' staat er bij ].
"IX hollantsche g. jaerl. gelooft bij Stees van Brakell to lossen smaels? eenen gl. den penninck XIII gedateert 1524 op Catherine avondt"
Met een kruisje ervoor als teken dat deze akte vernietigd is.

Toegevoegde info gevonden in ORA Zuilichem, inv. 670, f. 8v.
Transfix.
Aanhangend: 1551
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Archieven Neerijnen)